De reis is klaar. We hebben het hele rondje voltooid: We hebben niet één dag gehad waarop we geen wedstrijd hebben gezien. New York-New York-Hudson Valley-Scranton-Pawtucket-Lowell-Boston-Bridgeport-(All star game)-Albany-Syracuse-Rochester-Buffalo-Erie-State College-Harrisburg-Wahington-Aberdeen-Trenton-Lakewood-New York. Natuurlijk hebben we ook nog allerlei andere mooie dingen bezocht, zowel op honkbal (Hall of Fame) als op niet-honkbal (Niagara Falls) gebied. Wát een reis is het geweest. Eigenlijk is alles goed gegaan; de dingen die niet goed zijn gegaan (handschoen kopen) zijn totaal niet belangrijk. Van tevoren hadden we méér problemen en minder kilometers verwacht. Ook duurdere kaartjes en goedkoepere hotels. Meer regen en minder warmte. Meer taco's en minder Starbucks. Meer gesprekken en minder lelijke gebouwen. En zo gaat de lijst nog wel even door. Hier is het verslag van de laatste dag:
Nadat we lekker hadden uitgeslapen was het tijd om de koffers in te pakken. Alles paste gelukkig makkelijk. Nog even douchen, uitchecken en daarna voor de laatste keer naar de Starbucks. Nog even geskyped (ook de laatste keer) met het thuisfront en daarna stapten we in de taxi. Dat was al een hele ervaring op zich. Ondanks dat het niet druk was piepte onze chaffeur in alle gaatjes, wat flink gevaarlijk leek. Zo doen alle taxi's dat, maar toen zaten wij er niet in. Gelukkig kwamen we heelhuids aan op LaGuardia. Daar wilde pap zijn paspoort niet meewerken: De scanner van de (uiterst onvriendelijke) douanier kon mijn paspoort wél, maar pap zijn paspoort níet aan. Gelukkig mochten we gewoon doorlopen en bij de beveiliging hoefden we op een of andere manier als enigen onze schoenen niet uit te trekken.
We vlogen eerst met een klein vliegtuigje naar Philadelphia. En met klein bedoel ik echt klein: Rechtop lopen was niet mogelijk. In het vliegtuig zat ook een Nederlandse examenklas: Die hadden een reis gemaakt langs de oostkust (Philadelphia-Baltimore-New York). Nadat we hadden gezongen voor ik-weet-niet-precies-wie gingen we in de rij staan om te mogen starten. Dat duurde 20 minuten, maar de vlucht duurde gelukkig maar een half uur. Het was niet echt een vlucht; Het was een hopje.
Ruim op tijd waren we in Philadelphia, waar we niet eens meer door de beveiliging hoefden. Vreemd hoor. Ook vreemd was dat er nergens op de borden stond dat ons vliegtuig ging boarden, maar dat wij toen wij bij de gate aankwamen nog nét op tijd waren. 'Wij besturen de borden niet' was het antwoord van de medewerkers. Natuurlijk niet, dat doen de kaboutertjes zeker...
We hadden stoelen toegewezen gekregen die tegen de wc's aanzaten, en dus niet naar achter konden. Gelukkig waren achter die wc's nog meer stoelen, en die waren vrij. Die zaten bij een nooddeur, dus met beenruimte genoeg. Ik vroeg brutaal aan de (op een leuke manier flink bekakte) stewardess of we daar mochten zitten en gelukkig stemde ze toe. We hebben dus de hele vlucht heerlijk gezeten (/gelegen). Ook leuk: Terwijl de stewardess het menu voor het diner voorlas kwam ze op een gegeven moment bij '... Kip met Champignonsaus en Chorizo'. Geschrokken keek ze op en ging ze uitleggen wat Chorizo was. Haar uitleg stond duidelijk niet in het boekje, en pap en ik schoten in de lach. Ze onderbrak haar verhaal om even te vragen waarom wij lachten, maar gelukkig lachte zij even later ook mee.
Zonder verdere 'problemen' kwamen we aan op Schiphol. Daar werden we nog 2 km in de rondte gestuurd om de koffers op te halen en door de douane te gaan. Mama en Cayley stonden al op ons te wachten. Eindelijk thuis...
donderdag 30 juli 2015
26 Juli: Mets en Sunday night Baseball
We moesten vroeg op, want vandaag bezochten we de laatste wedstrijd van onze reis: Mets-Dodgers. Voordat we daar heen konden gingen we echter eerst naar ons hotel én moesten we de auto inleveren. Gelukkig zijn de wegen leeg op zondag. De tol die je moet betalen is er echter niet minder om: $22 in het totaal, waarvan $14 voor de Lincoln tunnel. We hadden vanaf de snelweg een prachtig uitzicht op Manhattan; Vanaf de buitenkant is zo'n grote stad wel mooi. Nadat we onze koffers hadden gedropt bij ons hotel reden we via Broadway terug naar de autoverhuur. De mijl-teller (noem je dat zo?) vertelde ons dat we er 2900 mijl op hadden zitten, omgerekend bijna 4700 km. Dag auto, en hallo metro.
Vanwege parkeerproblemen bij een niet-nader-te-noemen stadion hadden we besloten om net als naar Fenway en Yankee stadium met de metro te gaan. Achteraf bleek dat onnodig: Citi field, het stadion van de Mets, ligt middenin een zee van parkeerplaatsen, en ondanks dat de wedstrijd was uitverkocht waren er nog vrije plaatsen te ontdekken. Citi field is geopend in 2009 en dat merk je: Alles voelt spiksplinternieuw aan. De ingang is prachtig en vanaf elke zitplaats kan je de wedstrijd goed volgen. Wij zaten op het 3de dek, op zo'n 100 meter bij de thuisplaat vandaan, en konden echt alles zien (ook de vliegtuigen die om de 2 minuten over kwamen vliegen).
De wedstrijd was heel spannend. De 2 werpers met het laagste ERA (aantal punten tegen x9 / aantal gegooide innings) in de MLB stonden tegenover elkaar: Jacob DeGrom (2.10) - Zack Greinke (1.38). In de 3de inning scoorden de Mets een punt. Na 2 honkslagen en een fout van midvelder Joc Pederson sloeg de werper DeGrom een grondbal naar de eerste honkman. Deze fieldde hem goed, maar gooide hem te laat aan op de thuisplaat waardoor de loper van 3de honk kon scoren. 1-0. In de voorgaande 45 2/3 (!!) innings had Greinke geen enkel punt tegen gehad. 3 innings later kwam er nog een punt bij: Met de honken vol kreeg Michael Conforto een bal tegen zijn arm: Hit by pitch, en dus 2-0. DeGrom gooide 8 keer drie slag 7 2/3 innings en kreeg geen punten tegen. De Mets zaten op rozen, maar toen ging het mis.
In de 9de inning kwam de closer Jeurys Familia op de heuvel bij de Mets. Dat vonden de Dodgers wel wat: Ze sloegen 2 2-honkslagen en een 1-honkslag en zo werd het weer 2-2. Zo stond het weer gelijk en aangezien de Mets geen punten meer scoorden in hun helft van de 9de inning gingen we verlengen. De Dodgers kregen een kans in de 10de inning: Met 1 man uit hadden ze een snelle loper op het derde honk. Helaas ging Joc Pederson, die (om bij de voetbaltermen te blijven) totaal niet in de wedstrijd zat, uit met drie slag en werd de slagman daarna uitgevangen door rechtsvelder Curtis Granderson. Diezelfde Granderson begon de 2de helft van de 10de inning met een 2-honkslag. Na een mislukte stootslag en een opzettelijk vier wijd kwam Juan Uribe aan slag. Hij begon het seizoen bij de Dodgers, en kwam via de Braves naar de Mets. Uitgerekend hij sloeg de walk-of-honkslag. Eindstand: 3-2 in 10 innings.
Na de wedstrijd hebben we 2 footlongs gehaald bij de Subway en daarna zijn we doodmoe op bed gevallen. We hebben nog wel een honkbalwedstrijdje gekeken op tv: Red Sox - Tigers, 11-1. Ach ja, je moet wat doen...
Vanwege parkeerproblemen bij een niet-nader-te-noemen stadion hadden we besloten om net als naar Fenway en Yankee stadium met de metro te gaan. Achteraf bleek dat onnodig: Citi field, het stadion van de Mets, ligt middenin een zee van parkeerplaatsen, en ondanks dat de wedstrijd was uitverkocht waren er nog vrije plaatsen te ontdekken. Citi field is geopend in 2009 en dat merk je: Alles voelt spiksplinternieuw aan. De ingang is prachtig en vanaf elke zitplaats kan je de wedstrijd goed volgen. Wij zaten op het 3de dek, op zo'n 100 meter bij de thuisplaat vandaan, en konden echt alles zien (ook de vliegtuigen die om de 2 minuten over kwamen vliegen).
De wedstrijd was heel spannend. De 2 werpers met het laagste ERA (aantal punten tegen x9 / aantal gegooide innings) in de MLB stonden tegenover elkaar: Jacob DeGrom (2.10) - Zack Greinke (1.38). In de 3de inning scoorden de Mets een punt. Na 2 honkslagen en een fout van midvelder Joc Pederson sloeg de werper DeGrom een grondbal naar de eerste honkman. Deze fieldde hem goed, maar gooide hem te laat aan op de thuisplaat waardoor de loper van 3de honk kon scoren. 1-0. In de voorgaande 45 2/3 (!!) innings had Greinke geen enkel punt tegen gehad. 3 innings later kwam er nog een punt bij: Met de honken vol kreeg Michael Conforto een bal tegen zijn arm: Hit by pitch, en dus 2-0. DeGrom gooide 8 keer drie slag 7 2/3 innings en kreeg geen punten tegen. De Mets zaten op rozen, maar toen ging het mis.
In de 9de inning kwam de closer Jeurys Familia op de heuvel bij de Mets. Dat vonden de Dodgers wel wat: Ze sloegen 2 2-honkslagen en een 1-honkslag en zo werd het weer 2-2. Zo stond het weer gelijk en aangezien de Mets geen punten meer scoorden in hun helft van de 9de inning gingen we verlengen. De Dodgers kregen een kans in de 10de inning: Met 1 man uit hadden ze een snelle loper op het derde honk. Helaas ging Joc Pederson, die (om bij de voetbaltermen te blijven) totaal niet in de wedstrijd zat, uit met drie slag en werd de slagman daarna uitgevangen door rechtsvelder Curtis Granderson. Diezelfde Granderson begon de 2de helft van de 10de inning met een 2-honkslag. Na een mislukte stootslag en een opzettelijk vier wijd kwam Juan Uribe aan slag. Hij begon het seizoen bij de Dodgers, en kwam via de Braves naar de Mets. Uitgerekend hij sloeg de walk-of-honkslag. Eindstand: 3-2 in 10 innings.
Na de wedstrijd hebben we 2 footlongs gehaald bij de Subway en daarna zijn we doodmoe op bed gevallen. We hebben nog wel een honkbalwedstrijdje gekeken op tv: Red Sox - Tigers, 11-1. Ach ja, je moet wat doen...
maandag 27 juli 2015
25 Juli: Pleasant (?) beach en Blue Claws
Uitslapen: Daar waren we echt aan toe. Pas om 11:00 begonnen we met ontbijten, en om 12:00 reden we richting Lakewood. We reden meteen een tolweg op, en kregen daar een ticket. Aangezien die tolweg na 5 km afliep, moesten we meteen betalen. Het kostte even moeite om uit te vogelen hoeveel (dat verschilt per afslag), maar we gaven in één keer het goede bedrag: $2.15. Na 2km (zonder afslag) moesten we weer door een tolpoort en kregen we weer een ticket! Snel werd duidelijk waarom: We kregen een snelweg bestaande uit 2x 3 banen, die natuurlijk weer uitmondde in een tolpoort: $2.15. Zonder verdere vertraging kwamen we aan... Bij de Wawa (jaja, Wawa).
Wat is de Wawa? Dat wisten wij ook niet. Na elke minor-league wedstrijd van meer dan 9 innings krijg je een bon voor een gratis warme drank bij de Wawa, dus wij hadden er inmiddels 4. De Wawa is een benzinestation met een winkeltje, net als de grotere Shells bij ons. Verrassend genoeg smaakten de chocolademelk en de koffie goed, dus hebben we geen Starbucks opgezocht.
Na de koffie reden we naar het stadion, behalve dan dat Tomtom het nodig vond om ons midden in een Joodse wijk af te zetten. Het stadion lag nog 3 km verderop, en nadat we tickets hadden gekocht reden we verder naar Pleasant Point Beach. Niet om naar het strand te gaan (je moet hier $10 betalen om op het strand te komen!), maar om te midgetgolfen. Het was druk op het strand en de boulevard: We moesten ruim een kilometer verderop parkeren, maar dat was gelukkig wel gratis. Nog even een footlong (Subway) naar binnen gewerkt en daarna kon de golfwedstrijd beginnen.
We hadden niet zo maar een midgetgolfbaan uitgekozen. De baan liep op, binnen, rond en buiten een (nagebouwd) piratenschip, inclusief beekjes en zelfs een waterval. Het was hartstikke mooi gemaakt; niet zo goed als Disney, maar het kwam in de buurt. Het wedstrijdje was spannend: Pap won met 47-48 (par 42), waaronder een hole-in-one. Na het midgetgolf gingen we terug naar het stadion, maar niet voor we een steak hadden gegeten bij de Applebee's. Het volkslied werd (vals) gezongen door een koortje, en daarna startte de laatste minor-league wedstrijd van deze tour: Blue Claws-Intimidators.
De Blue Claws begonnen sterk: In de eerste inning scoorden ze 2 punten op 4 honkslagen, waaronder een 2- en een 3-honkslag. De Intimidators antwoordden met een homerun in de 2de inning. In de 4de inning sloegen ook de Blue Claws een homerun. De Intimidators konden geen indruk meer maken; ze sloegen nog geen deuk in een pakje boter. De Claws hadden nog een goede rally in de 7de inning, en wonnen de wedstrijd met 5-1.
Morgen staan we vroeg op: Om 1.10 moeten we in Citi field zijn voor de wedstrijd Mets-Dodgers.
Wat is de Wawa? Dat wisten wij ook niet. Na elke minor-league wedstrijd van meer dan 9 innings krijg je een bon voor een gratis warme drank bij de Wawa, dus wij hadden er inmiddels 4. De Wawa is een benzinestation met een winkeltje, net als de grotere Shells bij ons. Verrassend genoeg smaakten de chocolademelk en de koffie goed, dus hebben we geen Starbucks opgezocht.
Na de koffie reden we naar het stadion, behalve dan dat Tomtom het nodig vond om ons midden in een Joodse wijk af te zetten. Het stadion lag nog 3 km verderop, en nadat we tickets hadden gekocht reden we verder naar Pleasant Point Beach. Niet om naar het strand te gaan (je moet hier $10 betalen om op het strand te komen!), maar om te midgetgolfen. Het was druk op het strand en de boulevard: We moesten ruim een kilometer verderop parkeren, maar dat was gelukkig wel gratis. Nog even een footlong (Subway) naar binnen gewerkt en daarna kon de golfwedstrijd beginnen.
We hadden niet zo maar een midgetgolfbaan uitgekozen. De baan liep op, binnen, rond en buiten een (nagebouwd) piratenschip, inclusief beekjes en zelfs een waterval. Het was hartstikke mooi gemaakt; niet zo goed als Disney, maar het kwam in de buurt. Het wedstrijdje was spannend: Pap won met 47-48 (par 42), waaronder een hole-in-one. Na het midgetgolf gingen we terug naar het stadion, maar niet voor we een steak hadden gegeten bij de Applebee's. Het volkslied werd (vals) gezongen door een koortje, en daarna startte de laatste minor-league wedstrijd van deze tour: Blue Claws-Intimidators.
De Blue Claws begonnen sterk: In de eerste inning scoorden ze 2 punten op 4 honkslagen, waaronder een 2- en een 3-honkslag. De Intimidators antwoordden met een homerun in de 2de inning. In de 4de inning sloegen ook de Blue Claws een homerun. De Intimidators konden geen indruk meer maken; ze sloegen nog geen deuk in een pakje boter. De Claws hadden nog een goede rally in de 7de inning, en wonnen de wedstrijd met 5-1.
Morgen staan we vroeg op: Om 1.10 moeten we in Citi field zijn voor de wedstrijd Mets-Dodgers.
zaterdag 25 juli 2015
24 Juli: Chicken en Thunder
In Nederland zijn er flinke onweersbuien, en ook wij krijgen vandaag Thunder: Het honkbalteam wel te verstaan.
Nadat we jammer genoeg net te laat waren voor het ontbijt gingen we om 10:00 op pad... Naar een shopping mall. Nee, niet voor de nieuwste Levi's of Nike's, maar voor honkbalspullen: Ik heb zowel een infield- als een catchershandschoen nodig. De domdom stuurde ons netjes naar de mall toe, maar wees ons naar een niet-bestaande (of onzichtbare, maar dat lijkt mij sterk) parkeerplaats. Daardoor werden we hupsakee weer de snelweg op gegooid, waar we pas 15 kilometer verderop weer af konden. Bij poging 2 (zonder tomtom) ging het gelukkig wel goed. Helaas zijn we niet geslaagd voor een handschoen: Midden in het seizoen is er niet zo veel keus. Pap heeft wel 'nieuwe' schoenen gekocht.
We besloten om nog even in de mall te blijven. Eerst maakten we een foto bij de Target, zodat we Minnesota volgende keer kunnen overslaan (de Minnesota Twins spelen op Target field). Daarna liepen we naar Barnes & Nobles, want daar in zat een Starbucks. Nadat we nog even tussen de boeken hadden gesnuffeld was het tijd voor de lunch. We namen 'Honey grilled chicken', en ondanks dat dat klinkt als een slechte film was het heel lekker... En veel. Ik heb er lunch en avondeten van gegeten en nog was het niet op.
Na de lunch reden we door naar Citzens bank park in Philadelphia (de stad, niet de roomkaas). Dit is de thuishaven van de Phillies en (volgens veel mensen) 's werelds beste mascotte, de Phanatic. Net als de Orioles gisteren hadden de Phillies geen thuiswedstrijd. In tegenstelling tot gisteren werden we echter wel het stadion in gelaten. Hoe leuk is dat: In een leeg stadion staan waar normaal 50.000 mensen zitten (nou ja, kunnen zitten, want de Phillies spelen op dit moment zeer matig). We zijn nog een rondje rond het stadion gelopen en daarna gingen we snel richting Trenton voor de wedstrijd (onderweg betaalden we maar liefst $12 tol! ).
De wedstrijd begon met een weggevangen homerun door Joe Benson. De Mets (uit Binghamton, niet uit New York) bleven echter rake klappen uitdelen, en Brock Peterson sloeg hem ver over het hek heen: 0-1. De wedstrijd vloog voorbij: Na 1 uur hadden we 6(!) innings gespeeld. Daar tegenover stond dat er bijna niets gebeurde: In veel innings was het 3 man op, 3 man af. In de 7de inning kwam Thunder op gelijke hoogte door een mislukt dubbelspel, en in de 9de inning wonnen ze bijna: Met 2 honken bezet en 2 man uit sloeg de slagman een line-drive recht naar de werper, en die ving hem in een reflex. Dat betekende voor de tweede dag op een rij verlengen.
Punten waren duur in de wedstrijd, en zeker in de extra innings. Als er al eens iemand op het honk kwam, dan ging de volgende slagman vaak op drie slag of sloeg in een dubbelspel. In de 14e inning kregen we voor de 4de keer in 2 dagen de 'Seventh inning stretch'. Veel van de padvinders, die na de wedstrijd op het veld zouden kamperen, waren inmiddels al in slaap gevallen. In de 15de inning had Thunder geen pitchers meer en lieten ze de aangewezen slagman gooien. Die gooide 65 MPH (dat is bij ons al langzaam), maar desondanks kon hij de Mets 2 innings lang puntloos houden. Inmiddels was het al 11:15: Zou er dan nog een einde komen aan de wedstrijd? Ja: In de 17de inning scoorden de Mets 1 punt (en dat op het werpen van de aangewezen slagman en de rechtsvelder), en zij hadden nog wel een 'echte' pitcher over. Eindstand na 17 innings: 1-2. Totaal aantal honkslagen: 15 (ja, echt, dat zijn beide teams opgeteld!).
Na 31 innings honkbal in 2 dagen slapen we morgen lekker uit. Ook bezoeken we de laatste minor-league wedstrijd van onze tour in Lakewood, ongeveer 70 km verderop.
Nadat we jammer genoeg net te laat waren voor het ontbijt gingen we om 10:00 op pad... Naar een shopping mall. Nee, niet voor de nieuwste Levi's of Nike's, maar voor honkbalspullen: Ik heb zowel een infield- als een catchershandschoen nodig. De domdom stuurde ons netjes naar de mall toe, maar wees ons naar een niet-bestaande (of onzichtbare, maar dat lijkt mij sterk) parkeerplaats. Daardoor werden we hupsakee weer de snelweg op gegooid, waar we pas 15 kilometer verderop weer af konden. Bij poging 2 (zonder tomtom) ging het gelukkig wel goed. Helaas zijn we niet geslaagd voor een handschoen: Midden in het seizoen is er niet zo veel keus. Pap heeft wel 'nieuwe' schoenen gekocht.
We besloten om nog even in de mall te blijven. Eerst maakten we een foto bij de Target, zodat we Minnesota volgende keer kunnen overslaan (de Minnesota Twins spelen op Target field). Daarna liepen we naar Barnes & Nobles, want daar in zat een Starbucks. Nadat we nog even tussen de boeken hadden gesnuffeld was het tijd voor de lunch. We namen 'Honey grilled chicken', en ondanks dat dat klinkt als een slechte film was het heel lekker... En veel. Ik heb er lunch en avondeten van gegeten en nog was het niet op.
Na de lunch reden we door naar Citzens bank park in Philadelphia (de stad, niet de roomkaas). Dit is de thuishaven van de Phillies en (volgens veel mensen) 's werelds beste mascotte, de Phanatic. Net als de Orioles gisteren hadden de Phillies geen thuiswedstrijd. In tegenstelling tot gisteren werden we echter wel het stadion in gelaten. Hoe leuk is dat: In een leeg stadion staan waar normaal 50.000 mensen zitten (nou ja, kunnen zitten, want de Phillies spelen op dit moment zeer matig). We zijn nog een rondje rond het stadion gelopen en daarna gingen we snel richting Trenton voor de wedstrijd (onderweg betaalden we maar liefst $12 tol! ).
De wedstrijd begon met een weggevangen homerun door Joe Benson. De Mets (uit Binghamton, niet uit New York) bleven echter rake klappen uitdelen, en Brock Peterson sloeg hem ver over het hek heen: 0-1. De wedstrijd vloog voorbij: Na 1 uur hadden we 6(!) innings gespeeld. Daar tegenover stond dat er bijna niets gebeurde: In veel innings was het 3 man op, 3 man af. In de 7de inning kwam Thunder op gelijke hoogte door een mislukt dubbelspel, en in de 9de inning wonnen ze bijna: Met 2 honken bezet en 2 man uit sloeg de slagman een line-drive recht naar de werper, en die ving hem in een reflex. Dat betekende voor de tweede dag op een rij verlengen.
Punten waren duur in de wedstrijd, en zeker in de extra innings. Als er al eens iemand op het honk kwam, dan ging de volgende slagman vaak op drie slag of sloeg in een dubbelspel. In de 14e inning kregen we voor de 4de keer in 2 dagen de 'Seventh inning stretch'. Veel van de padvinders, die na de wedstrijd op het veld zouden kamperen, waren inmiddels al in slaap gevallen. In de 15de inning had Thunder geen pitchers meer en lieten ze de aangewezen slagman gooien. Die gooide 65 MPH (dat is bij ons al langzaam), maar desondanks kon hij de Mets 2 innings lang puntloos houden. Inmiddels was het al 11:15: Zou er dan nog een einde komen aan de wedstrijd? Ja: In de 17de inning scoorden de Mets 1 punt (en dat op het werpen van de aangewezen slagman en de rechtsvelder), en zij hadden nog wel een 'echte' pitcher over. Eindstand na 17 innings: 1-2. Totaal aantal honkslagen: 15 (ja, echt, dat zijn beide teams opgeteld!).
Na 31 innings honkbal in 2 dagen slapen we morgen lekker uit. Ook bezoeken we de laatste minor-league wedstrijd van onze tour in Lakewood, ongeveer 70 km verderop.
vrijdag 24 juli 2015
23 Juli: Camden yards en Ironbirds
Wat is er te doen in Baltimore? Dat zal ik vertellen: Er is een kunstmuseum. Ook is er een museum van moderne kunst. Verder is er een museum met Afrikaanse kunst. Ook kan je naar een monument op de plek waar het Amerikaanse volkslied (hoogstwaarschijnlijk) is geschreven. Aangezien wij niet zo'n grote (lees: 'totaal geen') interesse hebben in kunst en we het volkslied voor elke wedstrijd al (moeten aan-)horen, zochten we nog even verder. Uiteindelijk reden we naar het NASA Goddard visitors center, een soort Cape Canaveral maar dan heel klein.
Op dit moment moet ik even iets duidelijk maken: Tomtom is geen fan van visitors centra. Het terrein lag op een gegeven moment aan onze linkerhand, maar tomtom (inmiddels domdom) stuurde ons doodleuk rechtsaf een woonwijk in, om ons vervolgens op een parkeerplaats om te laten keren. Uiteindelijk vonden we de ingang... van het personeel. Op welke afdeling wij werkten? Euh, wij willen het visitors center bezoeken. Die ingang was nog 3 km verder. Het centrum zelf was niet bijzonder, maar toch leuk om geweest te zijn.
Tijd voor warme chocolademelk met slagroom, dus op zoek naar een Starbucks. Natuurlijk kwamen we uit bij dezelfde winkel als gisteren, dus ook dat rondje is weer compleet. We reden door naar Baltimore, waar we 'Oriole park in Camden Yards' (zoals het stadion van de Orioles heet) gingen bezoeken. Een MLB stadion wel te verstaan, en een mooie ook. Het is voor een groot deel opgebouwd met baksteen, wat veel sfeer geeft. Helaas was er geen wedstrijd en mochten we niet naar binnen. We konden wel door Eutaw street lopen (wereldberoemd in Baltimore). Een bewaker vertelde ons dat de warenhuizen die aan die straat grenzen 'meer dan 100 jaar oud zijn'... Oud hoor. Leuk om geweest te zijn, jammer dat er geen wedstrijd was. Nu moesten we snel door naar Aberdeen voor de wedstrijd.
Net als Washington is Baltimore één grote file. Gelukkig waren we ruim op tijd in Aberdeen en vonden we snel een Days inn. We werden daar goed geholpen: Niet alleen voor vannacht (in Aberdeen), maar ook voor de volgende dagen hebben we een hotel (in Trenton). Nog even zalm gegeten bij de Appelbees en daarna reden we rechtstreeks naar Cal Ripken stadium voor de wedstrijd.
De buitenkant van het stadion is mooi, de binnenkant minder. Het volkslied (live gezongen) was slecht, en de wedstrijd? De Spikes begonnen goed: Door het slechte pitchen en veldwerk van de Ironbirds stonden zij na 4 innings met 0-4 voor. Op bedenkelijke wijze kwam de thuisploeg in de 5de inning langszij: Met twee uit werd de loper op thuis dik uitgegooid, maar de plaatscheidsrechter vond hem op één of andere manier save. De scheidsrechters (in single-A zijn ze met z'n tweeën) hadden sowieso hun dag niet, maar hierover later meer. De Ironbirds kwamen met 5-4 voor in de 6de inning en leken de wedstrijd gewonnen te hebben. Met 2 uit in de 9de inning kwamen de Spikes echter terug tot 5-5, en we gingen verlengen.
10de inning: Geen punten. 11de inning: nope. 12de inning: Beide ploegen kregen 2 man op de honken, maar scoren lukte niet. 13de inning: Kansloos. Inmiddels was de wedstrijd 4 uur bezig en in de 14de inning klonk voor de 2de keer 'Take me out to the ballgame' in het stadion. Er zaten toen nog maar 50 mensen, en alles wat er geroepen werd kon je letterlijk verstaan. Uiteindelijk scoorden de Ironbirds het winnende punt in de tweede helft van de 14de inning op een discutabele manier: Met het 1ste en 2de honk bezet en 2 uit werd de bal richting de eerste honkman geslagen. Deze pakte hem goed en gooide hem goed aan naar de werper, die het eerste honk had overgenomen. Uit dus, maar volgens de scheidsrechter had de werper het honk nooit aangeraakt, dus scoorde het winnende punt. Hevige protesten leverden niks op en de wedstrijd was na 4:34 (eindelijk) klaar.
Morgen gaan we dwars door Philadelphia naar Trenton voor de wedstrijd Thunder-Mets. Die wedstrijd kan niet nóg gekker zijn, toch?
Op dit moment moet ik even iets duidelijk maken: Tomtom is geen fan van visitors centra. Het terrein lag op een gegeven moment aan onze linkerhand, maar tomtom (inmiddels domdom) stuurde ons doodleuk rechtsaf een woonwijk in, om ons vervolgens op een parkeerplaats om te laten keren. Uiteindelijk vonden we de ingang... van het personeel. Op welke afdeling wij werkten? Euh, wij willen het visitors center bezoeken. Die ingang was nog 3 km verder. Het centrum zelf was niet bijzonder, maar toch leuk om geweest te zijn.
Tijd voor warme chocolademelk met slagroom, dus op zoek naar een Starbucks. Natuurlijk kwamen we uit bij dezelfde winkel als gisteren, dus ook dat rondje is weer compleet. We reden door naar Baltimore, waar we 'Oriole park in Camden Yards' (zoals het stadion van de Orioles heet) gingen bezoeken. Een MLB stadion wel te verstaan, en een mooie ook. Het is voor een groot deel opgebouwd met baksteen, wat veel sfeer geeft. Helaas was er geen wedstrijd en mochten we niet naar binnen. We konden wel door Eutaw street lopen (wereldberoemd in Baltimore). Een bewaker vertelde ons dat de warenhuizen die aan die straat grenzen 'meer dan 100 jaar oud zijn'... Oud hoor. Leuk om geweest te zijn, jammer dat er geen wedstrijd was. Nu moesten we snel door naar Aberdeen voor de wedstrijd.
Net als Washington is Baltimore één grote file. Gelukkig waren we ruim op tijd in Aberdeen en vonden we snel een Days inn. We werden daar goed geholpen: Niet alleen voor vannacht (in Aberdeen), maar ook voor de volgende dagen hebben we een hotel (in Trenton). Nog even zalm gegeten bij de Appelbees en daarna reden we rechtstreeks naar Cal Ripken stadium voor de wedstrijd.
De buitenkant van het stadion is mooi, de binnenkant minder. Het volkslied (live gezongen) was slecht, en de wedstrijd? De Spikes begonnen goed: Door het slechte pitchen en veldwerk van de Ironbirds stonden zij na 4 innings met 0-4 voor. Op bedenkelijke wijze kwam de thuisploeg in de 5de inning langszij: Met twee uit werd de loper op thuis dik uitgegooid, maar de plaatscheidsrechter vond hem op één of andere manier save. De scheidsrechters (in single-A zijn ze met z'n tweeën) hadden sowieso hun dag niet, maar hierover later meer. De Ironbirds kwamen met 5-4 voor in de 6de inning en leken de wedstrijd gewonnen te hebben. Met 2 uit in de 9de inning kwamen de Spikes echter terug tot 5-5, en we gingen verlengen.
10de inning: Geen punten. 11de inning: nope. 12de inning: Beide ploegen kregen 2 man op de honken, maar scoren lukte niet. 13de inning: Kansloos. Inmiddels was de wedstrijd 4 uur bezig en in de 14de inning klonk voor de 2de keer 'Take me out to the ballgame' in het stadion. Er zaten toen nog maar 50 mensen, en alles wat er geroepen werd kon je letterlijk verstaan. Uiteindelijk scoorden de Ironbirds het winnende punt in de tweede helft van de 14de inning op een discutabele manier: Met het 1ste en 2de honk bezet en 2 uit werd de bal richting de eerste honkman geslagen. Deze pakte hem goed en gooide hem goed aan naar de werper, die het eerste honk had overgenomen. Uit dus, maar volgens de scheidsrechter had de werper het honk nooit aangeraakt, dus scoorde het winnende punt. Hevige protesten leverden niks op en de wedstrijd was na 4:34 (eindelijk) klaar.
Morgen gaan we dwars door Philadelphia naar Trenton voor de wedstrijd Thunder-Mets. Die wedstrijd kan niet nóg gekker zijn, toch?
donderdag 23 juli 2015
22 Juli: Nationals en Parkeerproblemen
Vandaag gaan we naar de Washington Nationals, het derde MLB-team dat we bezoeken.
We gingen vroeg weg uit Harrisburg, aangezien de wedstrijd al om 12:35 begon. We waren zo vroeg dat we nog tijd hadden voor een warme chocomelk bij de Starbucks. Met nog ruim een uur te gaan waren we op 5 km afstand van het stadion. Daar begon de misère echter: We moesten over een rivier heen, en op de brug die wij namen stond een file die compleet stil stond. Gelukkig konden we nog net een afslag pakken en een brug terug proberen. Zelfde idee, maar wel een kortere file. Een half uur vertraiging, maar we hoefden alleen nog maar een parkeerplaats te vinden.
Dat was onmogelijk. Publieke parkeerplaatsen waren vol of voor maximaal 2 uur. Er waren wel lege parkeerplaatsen bij het stadion, maar die waren 'for permit holders only', dus daar mochten wij niet in. Na ruim anderhalf (!) uur zoeken vonden we een parkeerplek, voor $50. De organisatie van de Nationals moet zich diep schamen. Ook verkochten ze alleen nog maar staanplaatsen (voor $15, dus wel goedkoop), terwijl er genoeg lege stoelen waren. Bij elke rij stoelen stonden er controleurs, maar wij hebben uiteindelijk met wat toneelspel toch een stoel weten te bemachtigen. 3 innings te laat zaten we eindelijk binnen.
Gelukkig was er tot dan toe nog niks gebeurd. Zowel de Nationals als de Mets hadden pas 1 honkslag geslagen en nog geen punten gescoord. In de 4de inning begon de actie pas. De Mets scoorden 3 punten, waarvan 2 op een honkslag van Kirk Nieuwenhuis. De Nationals wisten die inning ook te scoren, maar ondanks kansen voor beide teams in de 5de inning bleef het lang 1-3. In die inning hadden we ook een 'challenge': De scheidsrechters gingen nog eens kijken of ze de juiste call hadden gemaakt. Volgens mij mag de betreffende situatie dan op het scorebord worden getoond, maar dat gebeurde niet. In de 8e inning kwamen de Nationals gelijk op een klap van Michael Taylor, die even later zelf het winnende punt scoorde. Eindstand: 4-3.
Als je in Washington bent moet je natuurlijk een aantal dingen bekijken (witte huis etc.). Aangezien parkeren geen optie was, besloten we om met de auto zo dichtbij mogelijk proberen te komen (In het eindexamen Nederlands 2016: Vind het naamwoordelijk deel van het gezegde in deze zin) . Het Capitool en de vijvers die daar voor liggen worden jammer genoeg gerestaureerd op dit moment. We konden dicht bij het monument (de obelisk) komen, maar van het witte huis hebben we slechts een glimp kunnen opvangen. Al met al hebben we 2 uur in de file gestaan (Washington is één grote file), en daarna hebben we een hotel gezocht.
Vandaag was niet zo'n geslaagde dag. Hopelijk gaat het morgen beter: We rijden dwars door Baltimore naar Aberdeen voor de wedstrijd Ironbirds-Spikes.
We gingen vroeg weg uit Harrisburg, aangezien de wedstrijd al om 12:35 begon. We waren zo vroeg dat we nog tijd hadden voor een warme chocomelk bij de Starbucks. Met nog ruim een uur te gaan waren we op 5 km afstand van het stadion. Daar begon de misère echter: We moesten over een rivier heen, en op de brug die wij namen stond een file die compleet stil stond. Gelukkig konden we nog net een afslag pakken en een brug terug proberen. Zelfde idee, maar wel een kortere file. Een half uur vertraiging, maar we hoefden alleen nog maar een parkeerplaats te vinden.
Dat was onmogelijk. Publieke parkeerplaatsen waren vol of voor maximaal 2 uur. Er waren wel lege parkeerplaatsen bij het stadion, maar die waren 'for permit holders only', dus daar mochten wij niet in. Na ruim anderhalf (!) uur zoeken vonden we een parkeerplek, voor $50. De organisatie van de Nationals moet zich diep schamen. Ook verkochten ze alleen nog maar staanplaatsen (voor $15, dus wel goedkoop), terwijl er genoeg lege stoelen waren. Bij elke rij stoelen stonden er controleurs, maar wij hebben uiteindelijk met wat toneelspel toch een stoel weten te bemachtigen. 3 innings te laat zaten we eindelijk binnen.
Gelukkig was er tot dan toe nog niks gebeurd. Zowel de Nationals als de Mets hadden pas 1 honkslag geslagen en nog geen punten gescoord. In de 4de inning begon de actie pas. De Mets scoorden 3 punten, waarvan 2 op een honkslag van Kirk Nieuwenhuis. De Nationals wisten die inning ook te scoren, maar ondanks kansen voor beide teams in de 5de inning bleef het lang 1-3. In die inning hadden we ook een 'challenge': De scheidsrechters gingen nog eens kijken of ze de juiste call hadden gemaakt. Volgens mij mag de betreffende situatie dan op het scorebord worden getoond, maar dat gebeurde niet. In de 8e inning kwamen de Nationals gelijk op een klap van Michael Taylor, die even later zelf het winnende punt scoorde. Eindstand: 4-3.
Als je in Washington bent moet je natuurlijk een aantal dingen bekijken (witte huis etc.). Aangezien parkeren geen optie was, besloten we om met de auto zo dichtbij mogelijk proberen te komen (In het eindexamen Nederlands 2016: Vind het naamwoordelijk deel van het gezegde in deze zin) . Het Capitool en de vijvers die daar voor liggen worden jammer genoeg gerestaureerd op dit moment. We konden dicht bij het monument (de obelisk) komen, maar van het witte huis hebben we slechts een glimp kunnen opvangen. Al met al hebben we 2 uur in de file gestaan (Washington is één grote file), en daarna hebben we een hotel gezocht.
Vandaag was niet zo'n geslaagde dag. Hopelijk gaat het morgen beter: We rijden dwars door Baltimore naar Aberdeen voor de wedstrijd Ironbirds-Spikes.
woensdag 22 juli 2015
21 Juli: Williamsport en Harrisburg
De reis gaat verder: We gaan naar Harrisburg, normaal gesproken 2 uur rijden. Wij gaan echter nog even kijken in Williamsport. Alsof je vanuit Zoetermeer via Meppel naar Maastricht rijdt, zeg maar. Wij hebben het er graag voor over...
We begonnen de dag met een plons in het ijskoude zwembad. Daarna hebben we een rondje gelopen op de ruim opgezette campus. Het hoofdgebouw is prachtig; het had wat weg van Cambridge. Penn State University blijkt ook een afdeling Aerospace te hebben, maar tenzij die bestaat uit 5 klaslokalen en 6 kantoorruimtes hebben we die niet kunnen vinden. Onder het genot van een warme chocolademelk met slagroom hebben we nog even geskypt, en daarna zijn we doorgereden naar Williamsport.
Tot onze verbazing was er naast een stadion ook een museum. Voor $5 kregen we een digitale rondleiding (in het Nederlands) én een T-shirt. Het museum zelf was leuk opgezet, een beetje als de hall of fame maar dan veel kleiner. Je kon ook zelf wat dingen doen, zoals honklopen en je reactie testen d.m.v. een muur met knoppen. De accommodatie is mooi. Er zijn 2 stadions, en daar liggen nog 3 velden omheen, jeugdvelden wel te verstaan. De little league world series, die dit jaar plaatsvinden van 20 t/m 30 Augustus, is voor honk én softbal. Voor alle meiden van Birds die daar heen mogen: Geniet ervan. Je zit in een prachtige omgeving in een leuk klein stadje.
Op weg naar Harrisburg hadden we alleen maar regen. We konden bijna niks zien uit het raam, zo hard regende het. In Harrisburg had het ook geregend (niet zo hard), maar toen wij aankwamen was het droog. We hadden snel een hotel gevonden en reden daarna naar de wedstrijd... Tenminste, dat was de bedoeling. Het stadion van de Senators ligt op een eiland, dat slechts via 1 brug te bereiken is. Tomtom raakte steeds in de war en stuurde ons op verkeerde afslagen en langs de goede. Uiteindelijk kwamen we een kwartier te laat bij het stadion. Gelukkig was de wedstrijd een half uur uitgesteld vanwege de regen. Toen wij binnen waren konden ze beginnen.
Het was een rare wedstrijd. De Senators maakten een paar fouten (derde honkman komt niet achter de bal, bal door de benen van de rechtsvelder, catcher vergeet de bal te vangen, etc.), en daardoor kregen de Fishercats 3 punten cadeau. In de volgende 2 innings scoorden ze nog eens 3 punten. De Senators stelden daar niets tegenover: De eerste 19 (!) slagmensen wisten niet op het honk te komen. Uiteindelijk wisten ze nog wel een puntje te scoren: Het werd 1-7.
Morgen gaan we naar de Washington Nationals, en hopelijk zien we nog wat van Washington.
We begonnen de dag met een plons in het ijskoude zwembad. Daarna hebben we een rondje gelopen op de ruim opgezette campus. Het hoofdgebouw is prachtig; het had wat weg van Cambridge. Penn State University blijkt ook een afdeling Aerospace te hebben, maar tenzij die bestaat uit 5 klaslokalen en 6 kantoorruimtes hebben we die niet kunnen vinden. Onder het genot van een warme chocolademelk met slagroom hebben we nog even geskypt, en daarna zijn we doorgereden naar Williamsport.
Tot onze verbazing was er naast een stadion ook een museum. Voor $5 kregen we een digitale rondleiding (in het Nederlands) én een T-shirt. Het museum zelf was leuk opgezet, een beetje als de hall of fame maar dan veel kleiner. Je kon ook zelf wat dingen doen, zoals honklopen en je reactie testen d.m.v. een muur met knoppen. De accommodatie is mooi. Er zijn 2 stadions, en daar liggen nog 3 velden omheen, jeugdvelden wel te verstaan. De little league world series, die dit jaar plaatsvinden van 20 t/m 30 Augustus, is voor honk én softbal. Voor alle meiden van Birds die daar heen mogen: Geniet ervan. Je zit in een prachtige omgeving in een leuk klein stadje.
Op weg naar Harrisburg hadden we alleen maar regen. We konden bijna niks zien uit het raam, zo hard regende het. In Harrisburg had het ook geregend (niet zo hard), maar toen wij aankwamen was het droog. We hadden snel een hotel gevonden en reden daarna naar de wedstrijd... Tenminste, dat was de bedoeling. Het stadion van de Senators ligt op een eiland, dat slechts via 1 brug te bereiken is. Tomtom raakte steeds in de war en stuurde ons op verkeerde afslagen en langs de goede. Uiteindelijk kwamen we een kwartier te laat bij het stadion. Gelukkig was de wedstrijd een half uur uitgesteld vanwege de regen. Toen wij binnen waren konden ze beginnen.
Het was een rare wedstrijd. De Senators maakten een paar fouten (derde honkman komt niet achter de bal, bal door de benen van de rechtsvelder, catcher vergeet de bal te vangen, etc.), en daardoor kregen de Fishercats 3 punten cadeau. In de volgende 2 innings scoorden ze nog eens 3 punten. De Senators stelden daar niets tegenover: De eerste 19 (!) slagmensen wisten niet op het honk te komen. Uiteindelijk wisten ze nog wel een puntje te scoren: Het werd 1-7.
Morgen gaan we naar de Washington Nationals, en hopelijk zien we nog wat van Washington.
dinsdag 21 juli 2015
20 Juli: Sky bridge en State College
Vandaag brengen we een bezoek aan Allegeny National Forest, Kinzua sky walk en de State College Spikes.
Eerst gingen we naar het visitors center. Zonder te generaliseren (of toch wel) wil ik het volgende kwijt: De werknemers van Amerikaanse bezoekerscentra zijn compleet incompetent. Ze zijn dan wel goed in het volkrassen van een (niet-kloppende) kaart met een gele marker, maar jammergenoeg kruisen ze meestal nét de verkeerde afslag aan. Verder hebben ze handige papiertjes waarop staat dat de trail die je wilt lopen 'easy' is, terwijl bij de trail zelf staat dat hij 'more differcult' is. Afijn, uiteindelijk zijn we toch gekomen waar we wilden.
De trail die we gingen lopen begon bovenop een heuvel. Na een stukje lopen op asfalt en trappen kwamen we bij een uitkijkpunt, waar vandaan we een prachtig uitzicht hadden over het Allegeny Resevoir. Door een soort grot liepen we naar beneden; het deed een beetje denken aan de trappen in de koepel van de Sint-Pieter. Daarna liepen we de heuvel af over een modderpaadje (steeds meer van het eerste en steeds minder van het laatste). Aangezien het afgelopen nacht flink heeft geregend liepen er (samen met ons) veel stroompjes de berg af. Beneden aan de heuvel kwamen we bij een grote parkeerplaats met daarnaast een strandje. Zoals gewoonlijk was er helemaal niemand te bekennen. De weg terug omhoog was zwaar, maar uiteindelijk zijn we in een uur naar beneden en naar boven gelopen.
Na deze wandeling gingen we naar James rock. Of niet, want ook deze afslag was niet te vinden. Waar we uitkwamen was wel een stuwdam, die verder niet bijzonder (misschien bijzonder klein?) was. Daarna reden we het park uit richting de Kinzua Sky walk. Deze oude spoorbrug (geopend in 1883) loopt over een vallei. In 2003 is een groot deel van de brug verwoest door een orkaan. Op de (maar liefst 90 meter hoge) Sky walk heb je een prachtig uitzicht over de vallei én de omgevallen pilaren. We moesten jammer genoeg vrij snel weg, want State College was nog ongeveer 200km ver weg.
State College is een universiteitsstadje: De stad is om de universiteit heen gebouwd, niet andersom. Alles ziet er prachtig (en Brits) uit. De Days Inn waarin we terecht kwamen zag eruit als een luxe hotel. Er was een zwembad en de lobby was prachtig: Een doorzichtig dak, voorgevels van huizen als muren, veel planten en zelfs een waterval(letje). Het honkbalstadion ligt naast een enorm American-football stadion (groter dan de Amsterdam Arena), en verderop zijn ook nog een basketbal stadion, een ijshockeyhal en een klein voetbalstadion. Dát is nog eens een campus. Nadat we onze flesjes water hadden geleegd (de eerste keer dat dat moest in een stadion) kon de wedstrijd beginnen.
De wedstrijd was spannend. In de 2de inning kwamen de Spikes met 3-1 voor, geholpen door 3 fouten van de Muckdogs. Even terzijde, 'muck' is een soort zwarte klei, en boeren die in die klei werken worden spottend 'muckdogs' genoemd. Beide teams sloegen goed, en na 4 innings stond het 3-2. Daarna werd het 3 innings stil. In de 8e inning scoorden de Spikes nog 2 punten en leek de wedstrijd gespeeld. Niets was echter minder waar: De werper van de Spikes was moe gegooid en de Muckdogs kwamen met rake klappen op gelijke hoogte. In de 2de helft van de 9de inning kregen de Spikes alle honken vol en sloeg Pina een walk-off hit tegen de muur aan. Eindstand: 6-5. Wij hebben de hele wedstrijd met ene Chris zitten praten (hij was net terug van een jaar sabbatical in Rome), en pap heeft zíjn scorekaart ingevuld. Een gezellige avond, eigenlijk een avond zoals we ze allemaal hadden voorgesteld.
Morgen gaan we weg uit ons luxe hotel en rijden we naar Williamsport, waar elk jaar de little league world series worden gespeeld. Daarna hebben we een wedstrijd in Harrisburg, waar 30 jaar geleden de eerste meltdown van een kerncentrale was. Wordt (hopelijk) vervolgd...
Eerst gingen we naar het visitors center. Zonder te generaliseren (of toch wel) wil ik het volgende kwijt: De werknemers van Amerikaanse bezoekerscentra zijn compleet incompetent. Ze zijn dan wel goed in het volkrassen van een (niet-kloppende) kaart met een gele marker, maar jammergenoeg kruisen ze meestal nét de verkeerde afslag aan. Verder hebben ze handige papiertjes waarop staat dat de trail die je wilt lopen 'easy' is, terwijl bij de trail zelf staat dat hij 'more differcult' is. Afijn, uiteindelijk zijn we toch gekomen waar we wilden.
De trail die we gingen lopen begon bovenop een heuvel. Na een stukje lopen op asfalt en trappen kwamen we bij een uitkijkpunt, waar vandaan we een prachtig uitzicht hadden over het Allegeny Resevoir. Door een soort grot liepen we naar beneden; het deed een beetje denken aan de trappen in de koepel van de Sint-Pieter. Daarna liepen we de heuvel af over een modderpaadje (steeds meer van het eerste en steeds minder van het laatste). Aangezien het afgelopen nacht flink heeft geregend liepen er (samen met ons) veel stroompjes de berg af. Beneden aan de heuvel kwamen we bij een grote parkeerplaats met daarnaast een strandje. Zoals gewoonlijk was er helemaal niemand te bekennen. De weg terug omhoog was zwaar, maar uiteindelijk zijn we in een uur naar beneden en naar boven gelopen.
Na deze wandeling gingen we naar James rock. Of niet, want ook deze afslag was niet te vinden. Waar we uitkwamen was wel een stuwdam, die verder niet bijzonder (misschien bijzonder klein?) was. Daarna reden we het park uit richting de Kinzua Sky walk. Deze oude spoorbrug (geopend in 1883) loopt over een vallei. In 2003 is een groot deel van de brug verwoest door een orkaan. Op de (maar liefst 90 meter hoge) Sky walk heb je een prachtig uitzicht over de vallei én de omgevallen pilaren. We moesten jammer genoeg vrij snel weg, want State College was nog ongeveer 200km ver weg.
State College is een universiteitsstadje: De stad is om de universiteit heen gebouwd, niet andersom. Alles ziet er prachtig (en Brits) uit. De Days Inn waarin we terecht kwamen zag eruit als een luxe hotel. Er was een zwembad en de lobby was prachtig: Een doorzichtig dak, voorgevels van huizen als muren, veel planten en zelfs een waterval(letje). Het honkbalstadion ligt naast een enorm American-football stadion (groter dan de Amsterdam Arena), en verderop zijn ook nog een basketbal stadion, een ijshockeyhal en een klein voetbalstadion. Dát is nog eens een campus. Nadat we onze flesjes water hadden geleegd (de eerste keer dat dat moest in een stadion) kon de wedstrijd beginnen.
De wedstrijd was spannend. In de 2de inning kwamen de Spikes met 3-1 voor, geholpen door 3 fouten van de Muckdogs. Even terzijde, 'muck' is een soort zwarte klei, en boeren die in die klei werken worden spottend 'muckdogs' genoemd. Beide teams sloegen goed, en na 4 innings stond het 3-2. Daarna werd het 3 innings stil. In de 8e inning scoorden de Spikes nog 2 punten en leek de wedstrijd gespeeld. Niets was echter minder waar: De werper van de Spikes was moe gegooid en de Muckdogs kwamen met rake klappen op gelijke hoogte. In de 2de helft van de 9de inning kregen de Spikes alle honken vol en sloeg Pina een walk-off hit tegen de muur aan. Eindstand: 6-5. Wij hebben de hele wedstrijd met ene Chris zitten praten (hij was net terug van een jaar sabbatical in Rome), en pap heeft zíjn scorekaart ingevuld. Een gezellige avond, eigenlijk een avond zoals we ze allemaal hadden voorgesteld.
Morgen gaan we weg uit ons luxe hotel en rijden we naar Williamsport, waar elk jaar de little league world series worden gespeeld. Daarna hebben we een wedstrijd in Harrisburg, waar 30 jaar geleden de eerste meltdown van een kerncentrale was. Wordt (hopelijk) vervolgd...
maandag 20 juli 2015
19 Juli: Badeendjes en Thunderstorms
Nadat we 's nachts nog hadden nagenoten van de ervaring van gisteren hadden we even de tijd om te skypen. Vanaf het thuisfront kregen we te horen dat onze kamer op 'een hoerenkamer' leek, maar die zaten niet bij de prijs inbegrepen. Nog even langsgeweest bij de Walmart (waarom zetten ze de flesjes water altijd op een kilometer afstand van de kassa?) en daarna doorgereden naar Erie voor de (middag-)wedstrijd.
Erie is een klein plaatsje, kleiner dan Zoetermeer, maar heeft desondanks een AA-honkbalteam én een basketbalploeg. Je kon merken dat het zondagmiddag was: Zowel binnen als buiten het stadion was het uitgestorven. De parkeergarages waren leeg en als je de vele verjaardagsfeestjes niet meetelt zat er 50 man aan publiek. De teams hadden leuke namen: Seawolves - Rubber ducks, oftewel de zeewolven tegen de badeendjes. Toen ik dat hoorde had ik wel zoiets van zeg maar: 'nou ja' (*Insert Jeremy Clarkson disclaimer here*).
De wedstrijd was leuk. De Seawolves stonden na 3 innings met 5-1 voor, geholpen door een 3-run homerun van Wade Gaynor (die tot dan toe een slaggemiddelde had van .179). In de 4de inning, die maar liefst 50 minuten duurde, werd echter op een pijnlijke manier duidelijk waarom de Seawolves dit seizoen pas 36 wedstrijden hebben gewonnen (tegenover 55 verliespartijen). De pitcher leek wel batting practice te gooien, het infield (vooral de derde honkman) kon de geslagen ballen niet verwerken en de relay vanuit het outfield was ondermaats. De badeendjes scoorden maar liefst zes punten, en ondanks scoringskansen in de 7de en 8e inning wisten de zeewolven niet meer terug te komen. Eindstand: 6-8.
Tijdens de gehele wedstrijd was het stralend weer: 28ºC met veel zon. Op weg naar Bradford, waar we wilden overnachten, werd de lucht echter steeds donkerder. Uiteindelijk kwamen we in een thunderstorm terecht, die aanhield tot onze bestemming. De kamer kostte $124, maar we kregen (normaal gesproken) korting omdat we AAA-lid zijn (ANWB leden zijn automatisch ook AAA-lid). Dan moesten ze wel een AAA-nummer hebben, en dat hebben we niet. We konden dus fluiten naar de korting, maar omdat er zo weinig kamers bezet waren, mochten we de kamer voor $100 hebben. Het zal wel zijn omdat we zo lief keken.
's Avonds moesten we nog eten zien te vinden. Bradford is een gehucht, dus zit er alleen een Subway. Alleen niet op de plek die tomtom aanwees. Wij hebben 3 rondjes gereden, hebben het daarna gevraagd bij het hotel en bleken 10 meter verwijderd te zijn geweest van de Subway. Uiteindelijk hadden we dus toch een lekker broodje. De honkbalwedstrijd die we op tv wilden kijken ging helaas niet door. Voor de eerste keer in 10 jaar verregende een thuiswedstrijd van de Anaheim Angels. Jammer...
Morgen gaan we Allegeny National Forest verkennen en rijden we naar Penn state University voor de A-wedstrijd Spikes-Muckdogs (wat zijn in vredesnaam Muckdogs?).
Erie is een klein plaatsje, kleiner dan Zoetermeer, maar heeft desondanks een AA-honkbalteam én een basketbalploeg. Je kon merken dat het zondagmiddag was: Zowel binnen als buiten het stadion was het uitgestorven. De parkeergarages waren leeg en als je de vele verjaardagsfeestjes niet meetelt zat er 50 man aan publiek. De teams hadden leuke namen: Seawolves - Rubber ducks, oftewel de zeewolven tegen de badeendjes. Toen ik dat hoorde had ik wel zoiets van zeg maar: 'nou ja' (*Insert Jeremy Clarkson disclaimer here*).
De wedstrijd was leuk. De Seawolves stonden na 3 innings met 5-1 voor, geholpen door een 3-run homerun van Wade Gaynor (die tot dan toe een slaggemiddelde had van .179). In de 4de inning, die maar liefst 50 minuten duurde, werd echter op een pijnlijke manier duidelijk waarom de Seawolves dit seizoen pas 36 wedstrijden hebben gewonnen (tegenover 55 verliespartijen). De pitcher leek wel batting practice te gooien, het infield (vooral de derde honkman) kon de geslagen ballen niet verwerken en de relay vanuit het outfield was ondermaats. De badeendjes scoorden maar liefst zes punten, en ondanks scoringskansen in de 7de en 8e inning wisten de zeewolven niet meer terug te komen. Eindstand: 6-8.
Tijdens de gehele wedstrijd was het stralend weer: 28ºC met veel zon. Op weg naar Bradford, waar we wilden overnachten, werd de lucht echter steeds donkerder. Uiteindelijk kwamen we in een thunderstorm terecht, die aanhield tot onze bestemming. De kamer kostte $124, maar we kregen (normaal gesproken) korting omdat we AAA-lid zijn (ANWB leden zijn automatisch ook AAA-lid). Dan moesten ze wel een AAA-nummer hebben, en dat hebben we niet. We konden dus fluiten naar de korting, maar omdat er zo weinig kamers bezet waren, mochten we de kamer voor $100 hebben. Het zal wel zijn omdat we zo lief keken.
's Avonds moesten we nog eten zien te vinden. Bradford is een gehucht, dus zit er alleen een Subway. Alleen niet op de plek die tomtom aanwees. Wij hebben 3 rondjes gereden, hebben het daarna gevraagd bij het hotel en bleken 10 meter verwijderd te zijn geweest van de Subway. Uiteindelijk hadden we dus toch een lekker broodje. De honkbalwedstrijd die we op tv wilden kijken ging helaas niet door. Voor de eerste keer in 10 jaar verregende een thuiswedstrijd van de Anaheim Angels. Jammer...
Morgen gaan we Allegeny National Forest verkennen en rijden we naar Penn state University voor de A-wedstrijd Spikes-Muckdogs (wat zijn in vredesnaam Muckdogs?).
zondag 19 juli 2015
18 Juli: Niagara Falls en Buffalo Bisons
Vandaag staat Niagara Falls op het programma, evenals de Buffalo Bisons (honkbal, geen stierenvechten). Een mooie, maar drukke, dag dus.
We stonden vroeg op (já, 7 uur is vroeg voor een vakantie). Het idee was om eerst naar Buffalo te rijden en daar een hotel te zoeken. Dat eerste ging goed, dat laatste minder (of zeg maar gerust niet). Alles zat vol vanwege een evenement van Harley-Davidson. Na een uur staakten we de zoektocht naar een slaapplaats en reden we door naar Niagara. Gelukkig stond er geen file en konden we snel parkeren. Om klokslag 12:00 liepen we richting de watervallen. Je loopt er heen door een doodnormaal parkje en dan...
Wauw! Overweldigend mooi! Fantastisch! Gewoon niet te beschrijven. Als je al foto's hebt gezien (van facebook of van de mail) kan ik zeggen: Die zijn nog niet half zo mooi als het in het echt is. Het woord om deze schoonheid te beschrijven moet nog worden uitgevonden. Ik vind het mooier dan de Grand Canyon, Brice, Zyon etc. Vanuit het park loop je een gigantische loopbrug op, het Observation deck, die vanaf beneden wordt ondersteund door een gigantische toren. In die toren zitten ook de liften naar beneden, naar 'Maid of the Mist'. Dat is een boottocht waarbij je heel dicht bij de voet van de watervallen komt. We kregen een plastic regencape (die was echt nodig) en gingen daarna op de boot.
Vanaf de boot hadden we een fantastisch uitzicht op de watervallen. Van onderaf gezien lijken ze nog veel groter en zie je het geweld van het water nog beter. Onderaan de waterval hangt een dichte mist, dus ondanks dat we op het onderste dek stonden werden we flink nat (en de camera ook, dus foto's maken en filmen was lastig). We bleven lang bij de watervallen dobberen en hebben van elk moment genoten. Voor het geval dat het nog niet duidelijk was: Het was écht heel mooi.
Nadat we waren bijgekomen van de boottocht gingen we naar de volgende attractie: Cave of the Winds. Dit is geen grot, maar een serie houten trappen en paden die bijna onder de waterval lopen. We moesten ruim een uur wachten, maar dat was het meer dan waard. We kregen sandalen en nog een cape, en die hadden we hard nodig. Op de houten constructie stond je op sommige plekken in het water, en vanaf de omringende rotsen spetterde het water alle richtingen op. Je kon de kracht van het water voelen (bijna, want als je er echt recht onder zou staan zou je het niet overleven). Het was een geweldige ervaring, echt hét hoogtepunt van de reis. Jammer genoeg moesten we na 4:30 al weer weg. 's Avonds hadden we nameljik een wedstrijd in Buffalo: Bizons - Clippers.
Het stadion van de Bizons staat bekend als een van de mooiste minor-league stadions, en dat klopte. Het was nog een slag groter dan de stadions die we de afgelopen 2 dagen hebben gezien. Het volle stadion kreeg een hele leuke wedstrijd te zien, waarin de thuisploeg maar liefst 2 homeruns sloeg (waarvan 1 op de bovenkant van de muur). De scheidsrechter was heel wisselvallig met zijn slagzone, maar desondanks deelden beide ploegen veel rake klappen uit. De Bisons wonnen de wedstrijd met 5-1.
Na de wedstrijd moesten we nog op zoek naar een hotel. We besloten om een eindje weg te rijden van Buffalo richting Erie, waar de wedstrijd van morgen is. Uiteindelijk kwamen we terecht in Dunkirk. Ook daar zaten alle hotels vol, vanwege een grote conferentie in Erie. Één hotel had nog een lege kamer... Voor $279, maar dan wel met Jacuzzi. Die hebben we maar genomen. Dus eindigden we de dag in de Jacuzzi, mét gouden kraan en een aan-uit knop voor de bubbels op de muur tegenover van het bad (wie heeft dat verzonnen?).
Morgen kunnen we even bijkomen van deze geweldige dag. Om 13:35 begint de wedstrijd in Erie, dat nog maar 1 uur rijden is vanaf hier. Daarna rijden we door naar de noordkant van Allegeny state forest, dat we overmorgen gaan bezoeken. Het overweldigende gevoel van de Niagara watervallen zal nog wel even blijven hangen...
We stonden vroeg op (já, 7 uur is vroeg voor een vakantie). Het idee was om eerst naar Buffalo te rijden en daar een hotel te zoeken. Dat eerste ging goed, dat laatste minder (of zeg maar gerust niet). Alles zat vol vanwege een evenement van Harley-Davidson. Na een uur staakten we de zoektocht naar een slaapplaats en reden we door naar Niagara. Gelukkig stond er geen file en konden we snel parkeren. Om klokslag 12:00 liepen we richting de watervallen. Je loopt er heen door een doodnormaal parkje en dan...
Wauw! Overweldigend mooi! Fantastisch! Gewoon niet te beschrijven. Als je al foto's hebt gezien (van facebook of van de mail) kan ik zeggen: Die zijn nog niet half zo mooi als het in het echt is. Het woord om deze schoonheid te beschrijven moet nog worden uitgevonden. Ik vind het mooier dan de Grand Canyon, Brice, Zyon etc. Vanuit het park loop je een gigantische loopbrug op, het Observation deck, die vanaf beneden wordt ondersteund door een gigantische toren. In die toren zitten ook de liften naar beneden, naar 'Maid of the Mist'. Dat is een boottocht waarbij je heel dicht bij de voet van de watervallen komt. We kregen een plastic regencape (die was echt nodig) en gingen daarna op de boot.
Vanaf de boot hadden we een fantastisch uitzicht op de watervallen. Van onderaf gezien lijken ze nog veel groter en zie je het geweld van het water nog beter. Onderaan de waterval hangt een dichte mist, dus ondanks dat we op het onderste dek stonden werden we flink nat (en de camera ook, dus foto's maken en filmen was lastig). We bleven lang bij de watervallen dobberen en hebben van elk moment genoten. Voor het geval dat het nog niet duidelijk was: Het was écht heel mooi.
Nadat we waren bijgekomen van de boottocht gingen we naar de volgende attractie: Cave of the Winds. Dit is geen grot, maar een serie houten trappen en paden die bijna onder de waterval lopen. We moesten ruim een uur wachten, maar dat was het meer dan waard. We kregen sandalen en nog een cape, en die hadden we hard nodig. Op de houten constructie stond je op sommige plekken in het water, en vanaf de omringende rotsen spetterde het water alle richtingen op. Je kon de kracht van het water voelen (bijna, want als je er echt recht onder zou staan zou je het niet overleven). Het was een geweldige ervaring, echt hét hoogtepunt van de reis. Jammer genoeg moesten we na 4:30 al weer weg. 's Avonds hadden we nameljik een wedstrijd in Buffalo: Bizons - Clippers.
Het stadion van de Bizons staat bekend als een van de mooiste minor-league stadions, en dat klopte. Het was nog een slag groter dan de stadions die we de afgelopen 2 dagen hebben gezien. Het volle stadion kreeg een hele leuke wedstrijd te zien, waarin de thuisploeg maar liefst 2 homeruns sloeg (waarvan 1 op de bovenkant van de muur). De scheidsrechter was heel wisselvallig met zijn slagzone, maar desondanks deelden beide ploegen veel rake klappen uit. De Bisons wonnen de wedstrijd met 5-1.
Na de wedstrijd moesten we nog op zoek naar een hotel. We besloten om een eindje weg te rijden van Buffalo richting Erie, waar de wedstrijd van morgen is. Uiteindelijk kwamen we terecht in Dunkirk. Ook daar zaten alle hotels vol, vanwege een grote conferentie in Erie. Één hotel had nog een lege kamer... Voor $279, maar dan wel met Jacuzzi. Die hebben we maar genomen. Dus eindigden we de dag in de Jacuzzi, mét gouden kraan en een aan-uit knop voor de bubbels op de muur tegenover van het bad (wie heeft dat verzonnen?).
Morgen kunnen we even bijkomen van deze geweldige dag. Om 13:35 begint de wedstrijd in Erie, dat nog maar 1 uur rijden is vanaf hier. Daarna rijden we door naar de noordkant van Allegeny state forest, dat we overmorgen gaan bezoeken. Het overweldigende gevoel van de Niagara watervallen zal nog wel even blijven hangen...
zaterdag 18 juli 2015
17 Juli: Syracuse zoo en Red Wings
Uitslapen: Daar waren we wel aan toe. Aangezien vandaag een rustige dag was, kon dat gelukkig. Daarna lekker ontbeten in ons naar-sauna-ruikende hotel en hup, op naar de volgende activiteit.
Wat deze activiteit inhield was nog even de vraag. Zowel in Syracuse als Rochester (waar de wedstrijd was) is er niet veel te doen. Er is een meer, maar dat is bebouwd. Er zijn enkele musea, maar die zijn gericht op kinderen. Dus uiteindelijk gingen we naar... De dierentuin. Tenminste, dat probeerden we, maar tomtom kon het opgegeven adres niet vinden (en de afgeplakte bordjes hielpen ook niet). We zijn 3 wijken doorgereden, maar uiteindelijk hebben we het gevonden: Rosamond Gilford zoo. De dierentuin was qua oppervlak nog geen kwart van diergaarde Blijdorp, maar toch hadden ze een aardige verzameling dieren. Zo hebben we onder andere pinguins, bisons en olifanten gezien. Ook tijgers, lama's en een heleboel flamingos behoorden tot de collectie. Al met al wel leuk om te bezoeken, maar verder was het niet heel bijzonder. We waren dan ook in 2 uur klaar.
Na de lunch (boterhammen met chocopasta) reden we naar Rochester. Days inn was niet in, zeg maar, en Best Western ook niet. Comfort inn had zijn prijzen opeens verhoogd ten opzichte van vorige week. Uiteindelijk zijn we terechtgekomen in Country inn. We hadden wat haast; de wedstrijd begon inmiddels al over anderhalf uur. Tenminste... Volgens het schema. Het was al ruim 3 uur aan het regenen. Zelfs in het kleine stukje van de auto naar de Appelbees waren we doorweekt. Om 6 uur was het gelukkig droog, en na het slechtst gezongen volkslied tot nu toe was het: Play ball!
Frontier stadium is bijna net zo groot als het stadion in Syracuse. Er waren flink veel mensen op komen dagen, waarschijnlijk mede doordat het plaatselijke orkest kwam spelen. De wedstrijd was een echt pitchers-duel. De Ironpigs sloegen 7 honkslagen, de Red Wings slechts 4. Dat resulteerde in een hele snelle wedstrijd. Na 2:10 (ja, 9 innings in iets meer dan 2 uur. Het kan dus wél) was de eindstand 0-1.
Morgen staat dé klapper op niet-honkbalgebied op het programma: De Niagara watervallen!!!!!!! Verder rijden we naar Buffalo voor de derde AAA-wedstrijd op een rij.
Wat deze activiteit inhield was nog even de vraag. Zowel in Syracuse als Rochester (waar de wedstrijd was) is er niet veel te doen. Er is een meer, maar dat is bebouwd. Er zijn enkele musea, maar die zijn gericht op kinderen. Dus uiteindelijk gingen we naar... De dierentuin. Tenminste, dat probeerden we, maar tomtom kon het opgegeven adres niet vinden (en de afgeplakte bordjes hielpen ook niet). We zijn 3 wijken doorgereden, maar uiteindelijk hebben we het gevonden: Rosamond Gilford zoo. De dierentuin was qua oppervlak nog geen kwart van diergaarde Blijdorp, maar toch hadden ze een aardige verzameling dieren. Zo hebben we onder andere pinguins, bisons en olifanten gezien. Ook tijgers, lama's en een heleboel flamingos behoorden tot de collectie. Al met al wel leuk om te bezoeken, maar verder was het niet heel bijzonder. We waren dan ook in 2 uur klaar.
Na de lunch (boterhammen met chocopasta) reden we naar Rochester. Days inn was niet in, zeg maar, en Best Western ook niet. Comfort inn had zijn prijzen opeens verhoogd ten opzichte van vorige week. Uiteindelijk zijn we terechtgekomen in Country inn. We hadden wat haast; de wedstrijd begon inmiddels al over anderhalf uur. Tenminste... Volgens het schema. Het was al ruim 3 uur aan het regenen. Zelfs in het kleine stukje van de auto naar de Appelbees waren we doorweekt. Om 6 uur was het gelukkig droog, en na het slechtst gezongen volkslied tot nu toe was het: Play ball!
Frontier stadium is bijna net zo groot als het stadion in Syracuse. Er waren flink veel mensen op komen dagen, waarschijnlijk mede doordat het plaatselijke orkest kwam spelen. De wedstrijd was een echt pitchers-duel. De Ironpigs sloegen 7 honkslagen, de Red Wings slechts 4. Dat resulteerde in een hele snelle wedstrijd. Na 2:10 (ja, 9 innings in iets meer dan 2 uur. Het kan dus wél) was de eindstand 0-1.
Morgen staat dé klapper op niet-honkbalgebied op het programma: De Niagara watervallen!!!!!!! Verder rijden we naar Buffalo voor de derde AAA-wedstrijd op een rij.
vrijdag 17 juli 2015
16 Juli: Hall off fame en Chiefs
De Hall of Fame is op honkbalgebied hét hoogtepunt van de reis. De beste spelers (en ook coaches, scheidsrechters en zelfs omroepers) zijn hier vereeuwigd. Onder hen is één Nederlander, namelijk de pitcher Bert Blyleven. Vandaag brengen we hier een bezoek en rijden we door naar Syracuse voor de wedstrijd Chiefs-Braves (AAA).
Cooperstown is een gehucht en ligt vrij afgelegen. Aanvankelijk reden we op een driebaansweg, maar een paar afslagen later reden we op een éénbaansweg dwars door de maisvelden. De tomtom had de toeristische route uitgekozen: Maar liefst 3 keer stuurde hij ons van de hoofdweg af en een smal straatje in, dat dan 2 km later weer op diezelfde hoofdweg uitkwam. Na een rit van ruim 2 uur kwamen we aan bij Cooperstown.
Naast een eregallerij is de Hall of Fame ook een groot honkbalmuseum. Op de tweede verdieping, waar de route begon, werd de geschiedenis van het honkbal gepresenteerd. Niet alleen het ontstaan van het spel, maar ook de negro leagues (competities voor zwarte spelers) en het ontstaan van de Major league kwam voorbij. Ook was het leuk om te zien hoe het materiaal er vroeger uit zag. Verder hadden ze spullen van allerlei spelers, van Cy Young tot Lou Gehrig en van Babe Ruth tot Pedro Matinez.
Verder op de route was een kamer met allerlei statistieken. Daar deden we mee aan een spel: Raad de speler op basis van het rapport van een scout. De eerste speler kon ik niet raden (Tim Hudson), maar bij de tweede speler was de eerste poging goed (Joe Mauer). Bij de derde speler bleek dat scouts er ook wel eens naast zitten. Van de scout van de Brewers kreeg de betreffende (jonge) speler (op een schaal van A-F) een C, met het advies om hem niet te 'draften'. Deze speler zou echter uitgroeien tot de beste 2de honkman van de afgelopen 15 jaar: Chase Utley. En nee, niet met de Brewers.
Na nog meer interessante tentoonstellingen (te veel om op te noemen) gingen we naar (een replica van) Doubleday field. Geclaimed wordt dat op die plek de eerste honkbalwedstrijd volgens de moderne regels is gespeeld. Nu was er ook een wedstrijd; niveautje birds junioren, dus niet veel aan. Als laatste gingen we naar de eigenlijke Hall of Fame. Ik vond het heel bijzonder: natuurlijk zijn het alleen plaquettes aan de muur, maar het is wel (om een vergelijking te maken) het Mekka van het honkbal. Na deze bijzondere ervaring reden we door naar Syracuse.
Het stadion van de Syracuse Chiefs is het grootste tot nu toe (op Major League na). Er waren 2 decks, en beiden liepen door tot ver in het buitenveld. Na een Country-versie van het volkslied begon de wedstrijd. In de eerste inning zat meteen een leuke actie: Met een check-swing sloeg de slagman (duh, wie anders) de bal richting de werper. Die pakte de bal op en slingerde hem (*whoopsie*) 10 meter langs het eerste honk. Daardoor kwam de slagman op het derde honk en zou later het eerste punt scoren. De Chiefs leken veel sterker dan de Gwinnett Braves, die 3 errors maakten en maar 4 honkslagen hadden, maar liepen niet echt verder uit. De wedstrijd werd langdradig; weinig honkslagen, laat staan punten, en veel drie slag. De Chiefs wonnen, mede door de sterk spelende korte stop Trea Turner, met 2-0.
Morgen hebben we een rustige dag: We gaan naar Rochester, ongeveer 2 uur hier vandaan. Daar zien we nog een AAA-wedstrijd: Red Wings-Ironpigs.
Cooperstown is een gehucht en ligt vrij afgelegen. Aanvankelijk reden we op een driebaansweg, maar een paar afslagen later reden we op een éénbaansweg dwars door de maisvelden. De tomtom had de toeristische route uitgekozen: Maar liefst 3 keer stuurde hij ons van de hoofdweg af en een smal straatje in, dat dan 2 km later weer op diezelfde hoofdweg uitkwam. Na een rit van ruim 2 uur kwamen we aan bij Cooperstown.
Naast een eregallerij is de Hall of Fame ook een groot honkbalmuseum. Op de tweede verdieping, waar de route begon, werd de geschiedenis van het honkbal gepresenteerd. Niet alleen het ontstaan van het spel, maar ook de negro leagues (competities voor zwarte spelers) en het ontstaan van de Major league kwam voorbij. Ook was het leuk om te zien hoe het materiaal er vroeger uit zag. Verder hadden ze spullen van allerlei spelers, van Cy Young tot Lou Gehrig en van Babe Ruth tot Pedro Matinez.
Verder op de route was een kamer met allerlei statistieken. Daar deden we mee aan een spel: Raad de speler op basis van het rapport van een scout. De eerste speler kon ik niet raden (Tim Hudson), maar bij de tweede speler was de eerste poging goed (Joe Mauer). Bij de derde speler bleek dat scouts er ook wel eens naast zitten. Van de scout van de Brewers kreeg de betreffende (jonge) speler (op een schaal van A-F) een C, met het advies om hem niet te 'draften'. Deze speler zou echter uitgroeien tot de beste 2de honkman van de afgelopen 15 jaar: Chase Utley. En nee, niet met de Brewers.
Na nog meer interessante tentoonstellingen (te veel om op te noemen) gingen we naar (een replica van) Doubleday field. Geclaimed wordt dat op die plek de eerste honkbalwedstrijd volgens de moderne regels is gespeeld. Nu was er ook een wedstrijd; niveautje birds junioren, dus niet veel aan. Als laatste gingen we naar de eigenlijke Hall of Fame. Ik vond het heel bijzonder: natuurlijk zijn het alleen plaquettes aan de muur, maar het is wel (om een vergelijking te maken) het Mekka van het honkbal. Na deze bijzondere ervaring reden we door naar Syracuse.
Het stadion van de Syracuse Chiefs is het grootste tot nu toe (op Major League na). Er waren 2 decks, en beiden liepen door tot ver in het buitenveld. Na een Country-versie van het volkslied begon de wedstrijd. In de eerste inning zat meteen een leuke actie: Met een check-swing sloeg de slagman (duh, wie anders) de bal richting de werper. Die pakte de bal op en slingerde hem (*whoopsie*) 10 meter langs het eerste honk. Daardoor kwam de slagman op het derde honk en zou later het eerste punt scoren. De Chiefs leken veel sterker dan de Gwinnett Braves, die 3 errors maakten en maar 4 honkslagen hadden, maar liepen niet echt verder uit. De wedstrijd werd langdradig; weinig honkslagen, laat staan punten, en veel drie slag. De Chiefs wonnen, mede door de sterk spelende korte stop Trea Turner, met 2-0.
Morgen hebben we een rustige dag: We gaan naar Rochester, ongeveer 2 uur hier vandaan. Daar zien we nog een AAA-wedstrijd: Red Wings-Ironpigs.
donderdag 16 juli 2015
15 Juli: Lake, forest en Valleycats
'Ik heb het gevoel dat we alleen maar rondjes rijden', zei pap gisteren. Eigenlijk is dat ook wel zo: We hebben de auto nu een week, maar zijn desondanks pas 500 km verwijderd van New York. Vandaag staat er weer een rondje op het programma: Troy-Lake George-Green Mountain national forest-Troy. En 's avonds natuurlijk weer een wedstrijd.
De was was nog niet droog, maar het weer weer wel (leuk hè, de Nederlandse taal). Alleen op weg naar onze eerste bestemming, Lake George, heeft het een beetje geregend. Lake George bleek niet alleen de naam van het meer, maar ook van het naastgelegen plaatsje, dat duidelijk speciaal voor toeristen was gebouwd. Ze hadden zó veel parkeerplaatsen dat alle plekken volgens mij maar één keer per jaar worden gebruikt. In het visitors center vroegen we waar we het mooiste uitzicht hadden. Dat was bij Pilot Knob; ongeveer 10 minuten rijden naar het noorden en dan een stuk klimmen.
Dat klimmen was zwaar; alsof je een trap op loopt van 3 km lang, maar dan door modder, tussen takken en over (losliggende) stenen. De inspanning werd goed beloond: Bovenaan hadden we een prachtig uitzicht over (een groot deel van) het meer. Het had wat weg van de meren die we in Duitsland hebben gezien, alleen was deze iets (veel) groter en waren de omringende bergen veel (iets) hoger. Toen we weer beneden waren hadden we beiden last van onze kuiten en knieeën.
Hierna reden we door richting Green Mountain national forest. Bij een McDonalds stopten we even voor koffie en een warme chocolademelk. Dat was de eerste en ook meteen de laatste keer: De chocolademelk smaakte naar een mislukte chocoladereep en de koffie naar slootwater, aldus pap. We stopten nog even bij een oude marmermijn (geclaimed wordt dat het de oudste van Amerika is), die gevuld was met water en nu dienst deed als openluchtzwembad. Het was echter te koud om te zwemmen, namelijk slechts 20 graden.
Het forest heeft, net als Lake George, veel weg van Willingen. Groene heuvels afgewisseld met dorpjes in de dalen. Wij hebben een trail gelopen in Manchester (nee, we zijn niet naar Engeland gereden. De meeste plastsnamen hier worden schaamteloos gekopieerd). Niets bijzonders verder: een vlak paadje met aan het einde (*tromgeroffel*)... Een informatiebord. Daar doe je het voor. We hebben nog even een kijkje genomen bij een grote vijver en zijn daarna dwars door het park (wel netjes over de weg hoor) teruggereden naar Troy.
Nadat we ons snel hadden omgekleed gingen we naar de wedstrijd: Valleycats - Lake monsters. Het stadion, met bijnaam 'The Joe', ligt op een universiteitscampus. Het was dan ook heel toepasselijk dat de avond een studentikoos thema had: Christmas in Juli. Het stadion was versierd met kerstlampjes, het scorebord was helemaal in kerstsfeer (en onleesbaar, maar dat terzijde) en de batboy liep net alsof hij een rendier was (maar ik weet niet of dat erbij hoorde). Het stadion zat flink vol. We kregen een spannende, maar wel lange (en koude), wedstrijd voorgeschoteld. De Valleycats scoorden in de eerste inning 2 punten, en herhaalden dat kunstje in de inning daarna. De Lake monsters kwamen echter gelijdelijk aan terug, en na 8 innings stond het 5-5. In de 2de helft van de 9de inning kreeg de eers te slagman 4 wijd. Hij kwam op het derde honk door een foute pickoff van de werper. Na 2x opzettelijk 4 wijd en een pop-up sloeg Dexture McCall het winnende punt binnen met een linedrive naar het midveld. Een walk-off dus, en een 6-5 overwinning voor de Valleycats. Eindelijk hebben we een thuisploeg zien winnen!
Morgen gaan we naar de baseball hall of fame in Cooperstown en zien we de Syracuse Chiefs voor de tweede keer, nu als thuisploeg.
De was was nog niet droog, maar het weer weer wel (leuk hè, de Nederlandse taal). Alleen op weg naar onze eerste bestemming, Lake George, heeft het een beetje geregend. Lake George bleek niet alleen de naam van het meer, maar ook van het naastgelegen plaatsje, dat duidelijk speciaal voor toeristen was gebouwd. Ze hadden zó veel parkeerplaatsen dat alle plekken volgens mij maar één keer per jaar worden gebruikt. In het visitors center vroegen we waar we het mooiste uitzicht hadden. Dat was bij Pilot Knob; ongeveer 10 minuten rijden naar het noorden en dan een stuk klimmen.
Dat klimmen was zwaar; alsof je een trap op loopt van 3 km lang, maar dan door modder, tussen takken en over (losliggende) stenen. De inspanning werd goed beloond: Bovenaan hadden we een prachtig uitzicht over (een groot deel van) het meer. Het had wat weg van de meren die we in Duitsland hebben gezien, alleen was deze iets (veel) groter en waren de omringende bergen veel (iets) hoger. Toen we weer beneden waren hadden we beiden last van onze kuiten en knieeën.
Hierna reden we door richting Green Mountain national forest. Bij een McDonalds stopten we even voor koffie en een warme chocolademelk. Dat was de eerste en ook meteen de laatste keer: De chocolademelk smaakte naar een mislukte chocoladereep en de koffie naar slootwater, aldus pap. We stopten nog even bij een oude marmermijn (geclaimed wordt dat het de oudste van Amerika is), die gevuld was met water en nu dienst deed als openluchtzwembad. Het was echter te koud om te zwemmen, namelijk slechts 20 graden.
Het forest heeft, net als Lake George, veel weg van Willingen. Groene heuvels afgewisseld met dorpjes in de dalen. Wij hebben een trail gelopen in Manchester (nee, we zijn niet naar Engeland gereden. De meeste plastsnamen hier worden schaamteloos gekopieerd). Niets bijzonders verder: een vlak paadje met aan het einde (*tromgeroffel*)... Een informatiebord. Daar doe je het voor. We hebben nog even een kijkje genomen bij een grote vijver en zijn daarna dwars door het park (wel netjes over de weg hoor) teruggereden naar Troy.
Nadat we ons snel hadden omgekleed gingen we naar de wedstrijd: Valleycats - Lake monsters. Het stadion, met bijnaam 'The Joe', ligt op een universiteitscampus. Het was dan ook heel toepasselijk dat de avond een studentikoos thema had: Christmas in Juli. Het stadion was versierd met kerstlampjes, het scorebord was helemaal in kerstsfeer (en onleesbaar, maar dat terzijde) en de batboy liep net alsof hij een rendier was (maar ik weet niet of dat erbij hoorde). Het stadion zat flink vol. We kregen een spannende, maar wel lange (en koude), wedstrijd voorgeschoteld. De Valleycats scoorden in de eerste inning 2 punten, en herhaalden dat kunstje in de inning daarna. De Lake monsters kwamen echter gelijdelijk aan terug, en na 8 innings stond het 5-5. In de 2de helft van de 9de inning kreeg de eers te slagman 4 wijd. Hij kwam op het derde honk door een foute pickoff van de werper. Na 2x opzettelijk 4 wijd en een pop-up sloeg Dexture McCall het winnende punt binnen met een linedrive naar het midveld. Een walk-off dus, en een 6-5 overwinning voor de Valleycats. Eindelijk hebben we een thuisploeg zien winnen!
Morgen gaan we naar de baseball hall of fame in Cooperstown en zien we de Syracuse Chiefs voor de tweede keer, nu als thuisploeg.
woensdag 15 juli 2015
14 Juli: Albany en Cherry Plains
Vandaag stond een van de langere ritten van deze vakantie op de planning (plan 2.0): Ongeveer 3 uur van Bridgeport naar Albany. Onze route heeft tot nu toe veel weg van een 8 op z'n zijkant. Zo kwamen we weer langs Fishkill en Wappinger falls, waar we 6 dagen geleden nog een wedstrijd van de Renegades hebben gezien. Albany is vrij heuvelachtig, en is een agglomeratie met Troy en Scenectedy. Vandaar ook de naam van het plaatselijke minor-league team: TriCity Valleycats. Wij hebben al vast tickets gehaald (stel je voor dat het uitverkocht is...) en daarna zochten we naar een tourist information.
Dat bleek vrij lastig. Er stonden wel bordjes, maar niet bij elk kruispunt. Op een gegeven moment verdwenen ze zelfs helemaal. Tomtom dacht dat hij het beter wist, maar hij zette ons af in een straatje mét een heleboel kunst- en antiekwinkeltjes maar zónder tourist information. Dan maar naar de Walmart om eten te halen (klinkt gek, maar zo ging het echt). We kochten onder andere een bak fruit, die op dit moment nog steeds niet op is. Daarna moesten we nog een hotel zien te vinden. Er zit hier heel weinig; alleen een Best Western en een Best Western Plus. Tenminste, volgens Tomtom; alleen die laatste bestaat nog: $196 per nacht voor 2 nachten. Met een beetje moeilijk kijken ging de prijs gelukkig naar $147 per nacht (we worden hier goed in). Even binnengewipt de AAA (nee, geen honkbalteam, maar de Amerikaanse ANWB) om kaarten te halen en daarna konden we eindelijk wat leuks gaan doen.
Over een weg die veel weg had van een achtbaan reden we naar Cherry Plains, een state park hier in de buurt. Parkeren kostte $7, maar natuurlijk niet voor ons, want 'we are done charging for the day'. Er waren kaarten, tenminste, afbeeldingen van google maps met paden erop getekend. Wij besloten om de Waterfall trail te lopen. Een échte trail: Geen verharde weg, maar door bosjes en beekjes. Op een gegeven moment kwamen we uit bij een hele brede beek, of zeg maar gerust rivier. De volgende sticker met 'trail' zat aan de overkant, maar wij zagen geen kans om daar te komen. Daarom zijn we weer terug gelopen. Leuk detail: We hebben niemand gezien onderweg. Amerikanen lopen niet graag denk ik.
's Avonds was de all-star game. De beste spelers uit de major league worden uitgekozen om hier aan mee te doen. Hij werd uitgezonden op fox, en dat hebben wij niet op de kamer. Aangezien we tóch nog moesten eten, gingen we naar Appelbees, waar de wedstrijd op 10 schermen tegelijk te zien was. Zo konden we hem toch zien, onder het genot van zalm met courgette en een heel groot glas chocolademelk. De all-star game is altijd leuk: Je ziet veel verschillende spelers, en de sfeer is ontspannen. Sommige spelers dragen zelfs een microfoontje tijdens de wedstrijd. Mike Trout sloeg meteen een homerun voor de American League (AL). De National league (NL) kwam wel weer op gelijke hoogte, maar in de 5de inning kwamen er 2 punten binnen op het pitchen van Clayton Kershaw (die heel goed is, behalve als wij kijken). De AL liep uit naar 1-5, en won de wedstrijd uiteindelijk met 3-6. Is hier sprake van een uit-syndroom? De laatste 2 inningen hebben wij niet meer gezien. Er moest namelijk nog een was gedraaid worden.
Morgen hebben we een druk programma: We gaan naar Lake George, Green Mountain national forest én 's avonds natuurlijk naar het honkbal. Hopelijk blijft het droog; de voorspelling is niet echt gunstig .
Dat bleek vrij lastig. Er stonden wel bordjes, maar niet bij elk kruispunt. Op een gegeven moment verdwenen ze zelfs helemaal. Tomtom dacht dat hij het beter wist, maar hij zette ons af in een straatje mét een heleboel kunst- en antiekwinkeltjes maar zónder tourist information. Dan maar naar de Walmart om eten te halen (klinkt gek, maar zo ging het echt). We kochten onder andere een bak fruit, die op dit moment nog steeds niet op is. Daarna moesten we nog een hotel zien te vinden. Er zit hier heel weinig; alleen een Best Western en een Best Western Plus. Tenminste, volgens Tomtom; alleen die laatste bestaat nog: $196 per nacht voor 2 nachten. Met een beetje moeilijk kijken ging de prijs gelukkig naar $147 per nacht (we worden hier goed in). Even binnengewipt de AAA (nee, geen honkbalteam, maar de Amerikaanse ANWB) om kaarten te halen en daarna konden we eindelijk wat leuks gaan doen.
Over een weg die veel weg had van een achtbaan reden we naar Cherry Plains, een state park hier in de buurt. Parkeren kostte $7, maar natuurlijk niet voor ons, want 'we are done charging for the day'. Er waren kaarten, tenminste, afbeeldingen van google maps met paden erop getekend. Wij besloten om de Waterfall trail te lopen. Een échte trail: Geen verharde weg, maar door bosjes en beekjes. Op een gegeven moment kwamen we uit bij een hele brede beek, of zeg maar gerust rivier. De volgende sticker met 'trail' zat aan de overkant, maar wij zagen geen kans om daar te komen. Daarom zijn we weer terug gelopen. Leuk detail: We hebben niemand gezien onderweg. Amerikanen lopen niet graag denk ik.
's Avonds was de all-star game. De beste spelers uit de major league worden uitgekozen om hier aan mee te doen. Hij werd uitgezonden op fox, en dat hebben wij niet op de kamer. Aangezien we tóch nog moesten eten, gingen we naar Appelbees, waar de wedstrijd op 10 schermen tegelijk te zien was. Zo konden we hem toch zien, onder het genot van zalm met courgette en een heel groot glas chocolademelk. De all-star game is altijd leuk: Je ziet veel verschillende spelers, en de sfeer is ontspannen. Sommige spelers dragen zelfs een microfoontje tijdens de wedstrijd. Mike Trout sloeg meteen een homerun voor de American League (AL). De National league (NL) kwam wel weer op gelijke hoogte, maar in de 5de inning kwamen er 2 punten binnen op het pitchen van Clayton Kershaw (die heel goed is, behalve als wij kijken). De AL liep uit naar 1-5, en won de wedstrijd uiteindelijk met 3-6. Is hier sprake van een uit-syndroom? De laatste 2 inningen hebben wij niet meer gezien. Er moest namelijk nog een was gedraaid worden.
Morgen hebben we een druk programma: We gaan naar Lake George, Green Mountain national forest én 's avonds natuurlijk naar het honkbal. Hopelijk blijft het droog; de voorspelling is niet echt gunstig .
dinsdag 14 juli 2015
13 Juli: Pipes & Fish
Soms gaan dingen niet zoals ze moeten gaan. Gisteren sloot ik af met: '...New Brittain: Daar zien we morgen de wedstrijd Rockcats tegen Fishercats.'. De dag zou echter heel anders verlopen.
Het begon goed: Even skypen met het thuisfront en daarna goed op tijd weg naar de wedstrijd. We moesten nog wel een keer de weg vragen, maar we waren ruim op tijd bij het stadion. Daar kregen we te horen dat er geen wedstrijd zou zijn vanwege 'pipe failure'. De wateraanvoer van de spuitinstallatie was lek geraakt, met als gevolg dat het veld tussen het eerste en tweede honk flink nat was. Daarom deden we een stadiontour op eigen initiatief; we zijn zelfs het scorehok binnengelopen. Daar keken ze niet eens gek van op; we raakten zelfs in gesprek over enkele spelers nadat ze doorhadden dat ik wat namen ken. De producers keken wel gek op, maar gingen snel weer aan het werk om plaatjes te maken voor het scorebord. Iets met minions, geloof ik...
Voor (bijna) elke wedstrijd hebben we een alternatief. Voor vandaag was dat alternatief in Portland, ongeveer 300km terug naar het noorden. Starttijd: 12:00. Dus onbereikbaar. Gelukkig kwam er nog een suggestie: De Bridgeport Bluefish, een independent-league team, hadden die avond een wedstrijd. Voor de niet-kenners (zullen we hier een aparte rubriek van maken?), alle minor-league teams zijn eigendom van een Major-league team. Daar stallen zij hun talenten en reserves. Het is een beetje te vergelijken jong-Ajax of jong-Fc Twente. De independent-league teams zitten niet vast aan Major-league teams; zij stellen hun eigen roster samen en spelen een aparte competitie. Het niveau is vergelijkbaar met AA, en veel ex MLB spelers spelen in deze competitie.
Bridgeport is een vervallen havenstad. Je ziet veel vervallen fabrieken en de stad zelf ziet er ook niet zo goed uit (en dat is zacht uitgrdrukt). Er is één hotel: $179, exclusief tax, per nacht. Een half uur van Bridgeport vonden we een Days Inn: $99 en een fantastische kamer. Op de vraag wat er nog meer te doen is in Bridgeport kregen we als antwoord dat er een dierentuin was. Die sloot echter al om 16:00 (het was inmiddels al 14:00), dus dat was geen optie. Uiteindelijk hebben we gepicknickt en gescrabbled (deze zin kan zo in het nationaal dictee). Voor de tweede keer eindigden pap en ik precies gelijk: 273-273. Nog even heen en weer naar het hotel en daarna naar de wedstrijd.
Bij het stadion parkeren kostte $7, maar omdat we dat niet in cash hadden, was onze auto gratis (die truc gaan we vaker uitproberen). Het leek alsof we terecht waren gekomen in Finding Nemo: de Blue fish speelden tegen de Blue crabs. De pitchers waren goed, en de verdediging ook. Het aanvallende spel liet echter te wensen over; veel drie slag en, als de bal werd geraakt, dan ging hij vaak hoog de lucht in. Ze hadden het net zo goed de big-swing-league kunnen noemen. Punten werden nauwelijks gescoord. Het winnende punt kwam binnen op een bal die door de benen van de catcher ging. Er was weinig sfeer in het stadion; er zaten ten slotte maar 500 mensen. En hoe de mascotte ook zijn best deed, het zette de Bluefish niet aan tot enige vorm van presteren aan slag. Resultaat: wederom een overwinning van de uitploeg (1-2 voor de krabben).
Morgen is de all star game en dus zijn er geen andere wedstrijden. Wij rijden naar Albany en gaan daar in de omgeving wat dingen bekijken...denk ik...
Het begon goed: Even skypen met het thuisfront en daarna goed op tijd weg naar de wedstrijd. We moesten nog wel een keer de weg vragen, maar we waren ruim op tijd bij het stadion. Daar kregen we te horen dat er geen wedstrijd zou zijn vanwege 'pipe failure'. De wateraanvoer van de spuitinstallatie was lek geraakt, met als gevolg dat het veld tussen het eerste en tweede honk flink nat was. Daarom deden we een stadiontour op eigen initiatief; we zijn zelfs het scorehok binnengelopen. Daar keken ze niet eens gek van op; we raakten zelfs in gesprek over enkele spelers nadat ze doorhadden dat ik wat namen ken. De producers keken wel gek op, maar gingen snel weer aan het werk om plaatjes te maken voor het scorebord. Iets met minions, geloof ik...
Voor (bijna) elke wedstrijd hebben we een alternatief. Voor vandaag was dat alternatief in Portland, ongeveer 300km terug naar het noorden. Starttijd: 12:00. Dus onbereikbaar. Gelukkig kwam er nog een suggestie: De Bridgeport Bluefish, een independent-league team, hadden die avond een wedstrijd. Voor de niet-kenners (zullen we hier een aparte rubriek van maken?), alle minor-league teams zijn eigendom van een Major-league team. Daar stallen zij hun talenten en reserves. Het is een beetje te vergelijken jong-Ajax of jong-Fc Twente. De independent-league teams zitten niet vast aan Major-league teams; zij stellen hun eigen roster samen en spelen een aparte competitie. Het niveau is vergelijkbaar met AA, en veel ex MLB spelers spelen in deze competitie.
Bridgeport is een vervallen havenstad. Je ziet veel vervallen fabrieken en de stad zelf ziet er ook niet zo goed uit (en dat is zacht uitgrdrukt). Er is één hotel: $179, exclusief tax, per nacht. Een half uur van Bridgeport vonden we een Days Inn: $99 en een fantastische kamer. Op de vraag wat er nog meer te doen is in Bridgeport kregen we als antwoord dat er een dierentuin was. Die sloot echter al om 16:00 (het was inmiddels al 14:00), dus dat was geen optie. Uiteindelijk hebben we gepicknickt en gescrabbled (deze zin kan zo in het nationaal dictee). Voor de tweede keer eindigden pap en ik precies gelijk: 273-273. Nog even heen en weer naar het hotel en daarna naar de wedstrijd.
Bij het stadion parkeren kostte $7, maar omdat we dat niet in cash hadden, was onze auto gratis (die truc gaan we vaker uitproberen). Het leek alsof we terecht waren gekomen in Finding Nemo: de Blue fish speelden tegen de Blue crabs. De pitchers waren goed, en de verdediging ook. Het aanvallende spel liet echter te wensen over; veel drie slag en, als de bal werd geraakt, dan ging hij vaak hoog de lucht in. Ze hadden het net zo goed de big-swing-league kunnen noemen. Punten werden nauwelijks gescoord. Het winnende punt kwam binnen op een bal die door de benen van de catcher ging. Er was weinig sfeer in het stadion; er zaten ten slotte maar 500 mensen. En hoe de mascotte ook zijn best deed, het zette de Bluefish niet aan tot enige vorm van presteren aan slag. Resultaat: wederom een overwinning van de uitploeg (1-2 voor de krabben).
Morgen is de all star game en dus zijn er geen andere wedstrijden. Wij rijden naar Albany en gaan daar in de omgeving wat dingen bekijken...denk ik...
maandag 13 juli 2015
12 Juli: Slagkooi en Fenway park
Vandaag gaat het dan toch echt gebeuren: Red Sox - Yankees, en wij zijn er bij. Wie zou er gaan winnen?
Na een korte nacht reden we terug naar Woburn. Daar hadden we namelijk nog een andere activiteit gepland: batting cages, oftewel slagkooien. Het concept is heel simpel: Je koopt een muntje, gooit dat in de automaat en je krijgt 12 ballen uit de machine. Het slaan zelf is echter een heel ander verhaal. De bal komt, in tegenstelling tot 'echte' worpen, van beneden, en daardoor swingde (swung? Geswongd?) ik eerst steeds onder de bal door. Het ging gelukkig steeds beter. Wel hebben we beiden flinke blaren op onze handen. Volgende keer slaghandschoentjes (wat een gek woord is dat eigenlijk) mee.
Gisteren hadden we al gezien dat parkeren bij Fenway park geen optie was; ten minste niet als je geen $50 aan een parkeerplek uit wilt geven. Daarom parkeerden we een eind verder bij een groot treinstation (Riverside) en gingen we vanuit daar verder naar het stadion. Gelukkig is dit een gebruikelijke route: Veel Sox-fans deden hetzelfde.
Fenway park is al 102 jaar oud, maar ziet er desondanks prachtig uit. Veel iconen hebben hier gespeeld, zoals onder andere Babe Ruth (714 homeruns), Ted Williams ('The greatest hitter that ever lived') en Carl Yaztrimski (De laatste triple crown winnaar tot Miguel Cabrera in 2013) (voor niet-kenners, slagmensen krijgen een triple crown als ze het hoogste slaggemiddelde, de meeste binnengeslagen punten én het hoogste aantal geslagen homeruns hebben in een seizoen). Het stadion is in fases gebouwd, en daardoor moet je veel trappen op en af om door het stadion te komen. Wij zijn vóór de wedstrijd het stadion gaan verkennen. We zijn overal geweest, van de bleachers tot de front row en zelfs op de green monster (néé, we hebben niet boven op de mascotte gezeten. De green monster is de iconishe muur in het linksveld). De sfeer in het stadion was prima; de staff was beleefd ('are you guys all set?' x10) en de mensen stonden elkaar in de rij om foto's van ons (en elkaar) te nemen.
De wedstrijd was spannend. In de tweede inning kwamen de Yankees op voorsprong door een 2-run homerun van McCann. De Red sox antwoordden met goede rally, met als hoogtepunt een RBI-basehit van de Arubaanse korte stop Xander Bogaerts. De Yankees kwamen in de 5de inning op gelijke hoogte door schijn van pitcher Miley, en in de 6de inning scoorden ze nog eens 3 punten. 1 daarvan kwam van de knuppel van Alex Rodriguez, die elke slagbeurt werd ontvangen met een luid boe-geroep. De Red Sox wisten daar slechts 1 punt tegenover te zetten. In de 9de inning scoorden de Yankees nog 2 punten op een homerun van de rookie Refsnyder, die wij nog hebben zien spelen in Scranton. De Yankees deden nog hun best om de wedstrijd uit handen te geven; door 2 knullige fouten kwamen er 2 punten binnen. Het mocht echter niet baten; de laatste nul was een vangbal van de eveneens Nederlandse korte stop Didi Gregorius. Eindstand: 6-8. Zullen we nog een thuisploeg zien winnen?
De weg terug naar de auto was nog even lastig; vanwege een stroomstoring reed onze trein niet. Gelukkig was achter de menigte aanlopen de juiste beslissing: in een overvolle trein en met een overstap kwamen we terug bij Riverside. 's Avonds zijn we doorgereden naar New Brittain: Daar zien we morgen de wedstrijd Rockcats tegen Fishercats.
Na een korte nacht reden we terug naar Woburn. Daar hadden we namelijk nog een andere activiteit gepland: batting cages, oftewel slagkooien. Het concept is heel simpel: Je koopt een muntje, gooit dat in de automaat en je krijgt 12 ballen uit de machine. Het slaan zelf is echter een heel ander verhaal. De bal komt, in tegenstelling tot 'echte' worpen, van beneden, en daardoor swingde (swung? Geswongd?) ik eerst steeds onder de bal door. Het ging gelukkig steeds beter. Wel hebben we beiden flinke blaren op onze handen. Volgende keer slaghandschoentjes (wat een gek woord is dat eigenlijk) mee.
Gisteren hadden we al gezien dat parkeren bij Fenway park geen optie was; ten minste niet als je geen $50 aan een parkeerplek uit wilt geven. Daarom parkeerden we een eind verder bij een groot treinstation (Riverside) en gingen we vanuit daar verder naar het stadion. Gelukkig is dit een gebruikelijke route: Veel Sox-fans deden hetzelfde.
Fenway park is al 102 jaar oud, maar ziet er desondanks prachtig uit. Veel iconen hebben hier gespeeld, zoals onder andere Babe Ruth (714 homeruns), Ted Williams ('The greatest hitter that ever lived') en Carl Yaztrimski (De laatste triple crown winnaar tot Miguel Cabrera in 2013) (voor niet-kenners, slagmensen krijgen een triple crown als ze het hoogste slaggemiddelde, de meeste binnengeslagen punten én het hoogste aantal geslagen homeruns hebben in een seizoen). Het stadion is in fases gebouwd, en daardoor moet je veel trappen op en af om door het stadion te komen. Wij zijn vóór de wedstrijd het stadion gaan verkennen. We zijn overal geweest, van de bleachers tot de front row en zelfs op de green monster (néé, we hebben niet boven op de mascotte gezeten. De green monster is de iconishe muur in het linksveld). De sfeer in het stadion was prima; de staff was beleefd ('are you guys all set?' x10) en de mensen stonden elkaar in de rij om foto's van ons (en elkaar) te nemen.
De wedstrijd was spannend. In de tweede inning kwamen de Yankees op voorsprong door een 2-run homerun van McCann. De Red sox antwoordden met goede rally, met als hoogtepunt een RBI-basehit van de Arubaanse korte stop Xander Bogaerts. De Yankees kwamen in de 5de inning op gelijke hoogte door schijn van pitcher Miley, en in de 6de inning scoorden ze nog eens 3 punten. 1 daarvan kwam van de knuppel van Alex Rodriguez, die elke slagbeurt werd ontvangen met een luid boe-geroep. De Red Sox wisten daar slechts 1 punt tegenover te zetten. In de 9de inning scoorden de Yankees nog 2 punten op een homerun van de rookie Refsnyder, die wij nog hebben zien spelen in Scranton. De Yankees deden nog hun best om de wedstrijd uit handen te geven; door 2 knullige fouten kwamen er 2 punten binnen. Het mocht echter niet baten; de laatste nul was een vangbal van de eveneens Nederlandse korte stop Didi Gregorius. Eindstand: 6-8. Zullen we nog een thuisploeg zien winnen?
De weg terug naar de auto was nog even lastig; vanwege een stroomstoring reed onze trein niet. Gelukkig was achter de menigte aanlopen de juiste beslissing: in een overvolle trein en met een overstap kwamen we terug bij Riverside. 's Avonds zijn we doorgereden naar New Brittain: Daar zien we morgen de wedstrijd Rockcats tegen Fishercats.
zondag 12 juli 2015
11 Juli: Boston en (S)crap(pers)
Vandaag rijden we verder naar het noorden: De Boston Red Sox staan op het programma... Toch?
Mijn verwachting van Boston was dat het ongeveer zo zou zijn als New York: Veel wolkenkrabbers omringd door lage, vervallen gebouwen en mensen die vooral met zichzelf bezig zijn. Die verwachting bleek echter totaal niet te kloppen. Niet alleen zijn de gebouwen minder hoog, ze zijn ook veel beter onderhouden. Zelfs de oudere straten zijn netjes gerenoveerd. De mensen zijn ook anders: veel vriendelijker en vooral veel opener. Bij de Starbucks (met smiley op de beker) raakten we zelfs aan de praat met een vrouw (inwoonster, plaatselijke bewoonster, hoe beschrijf ik dat?). Voor het eerst verliep een gesprek niet als een interview, waarin wij vragen stellen en er slechts een kort antwoord uit komt. Ja, Boston (en de suburbs eromheen) is de eerste stad in Amerika waar ik wel zou willen wonen.
Voordat we aan de warme chocolademelk (en dat bij 28 graden) zaten, waren we al ruim 130 km weg van Pawtucket. Eerst reden we naar Fenway park om tickets te kopen. De wedstrijd van vanavond was echter uitverkocht. Logisch, aangezien de Red Sox tegen de Yankees spelen (voor de niet-kenners, Yankees-Red sox is de grootste rivaliteit in sport, meer nog dan Real Madrid-Barcelona, Ajax-Feijenoord of Nederland-Duitsland. Alleen word je hier niet in elkaar geslagen als je voor de uitploeg juicht). Gelukkig hadden ze nog wel kaarten voor de wedstrijd van morgenmiddag, ook tegen de Yankees. Nog even een rondje gelopen rond Fenway park en daarna zijn we verder gereden naar Woburn.
Wat er te doen is in Woburn? Nou, er zat een Starbucks. En een Walmart (inclusief Minions). En klaarblijkelijk ook een hotel, maar dat hebben we nooit kunnen vinden. Dus zijn we verder doorgereden naar Lowell, waar we die avond ook naar de wedstrijd gingen. Best Western: vol. Dus doorgereden naar een Motel 6. Daar hadden ze alleen maar kamers waar gerookt mag worden. Ten minste, ze hadden nog wel een kamer met wat extra's, maar dan moesten we bijbetalen. Hoeveel? 3 Dollar (*slik*). Gelukkig hadden we dus op tijd een kamer en konden we door naar de Lowell Spinners tegen de Scrappers.
Het stadion van de Spinners was compleet uitverkocht en er waren alleen nog maar nog maar staanplaatsen te koop. Tenminste, dat werd ons verteld. Wij zijn met ons sta-kaartje recht achter de thuisplaat gaan zitten, en niemand heeft ons weggestuurd. Over de wedstrijd zelf kan ik heel kort zijn. We mogen bij Birds nooit meer klagen over het niveau; niet bij Heren 1, niet bij de junioren en ook niet bij aspiranten 2. Om toch een beeld te schetsen: De toneelstukjes van de niet-al-te-goede entertainment ploeg waren van hoger niveau dan de wedstrijd. Hoogtepunt van de avond was het volkslied, gezongen door het plaatselijke koor (dat overigens echt heel goed was). Voor de zesde achtereenvolgende westrijd won de uitploeg: 6-8 voor de Scrappers, vooral vanwege een sterke 9de inning.
Morgen is het dan zo ver: Red Sox - Yankees. Ik heb er zin in!
Mijn verwachting van Boston was dat het ongeveer zo zou zijn als New York: Veel wolkenkrabbers omringd door lage, vervallen gebouwen en mensen die vooral met zichzelf bezig zijn. Die verwachting bleek echter totaal niet te kloppen. Niet alleen zijn de gebouwen minder hoog, ze zijn ook veel beter onderhouden. Zelfs de oudere straten zijn netjes gerenoveerd. De mensen zijn ook anders: veel vriendelijker en vooral veel opener. Bij de Starbucks (met smiley op de beker) raakten we zelfs aan de praat met een vrouw (inwoonster, plaatselijke bewoonster, hoe beschrijf ik dat?). Voor het eerst verliep een gesprek niet als een interview, waarin wij vragen stellen en er slechts een kort antwoord uit komt. Ja, Boston (en de suburbs eromheen) is de eerste stad in Amerika waar ik wel zou willen wonen.
Voordat we aan de warme chocolademelk (en dat bij 28 graden) zaten, waren we al ruim 130 km weg van Pawtucket. Eerst reden we naar Fenway park om tickets te kopen. De wedstrijd van vanavond was echter uitverkocht. Logisch, aangezien de Red Sox tegen de Yankees spelen (voor de niet-kenners, Yankees-Red sox is de grootste rivaliteit in sport, meer nog dan Real Madrid-Barcelona, Ajax-Feijenoord of Nederland-Duitsland. Alleen word je hier niet in elkaar geslagen als je voor de uitploeg juicht). Gelukkig hadden ze nog wel kaarten voor de wedstrijd van morgenmiddag, ook tegen de Yankees. Nog even een rondje gelopen rond Fenway park en daarna zijn we verder gereden naar Woburn.
Wat er te doen is in Woburn? Nou, er zat een Starbucks. En een Walmart (inclusief Minions). En klaarblijkelijk ook een hotel, maar dat hebben we nooit kunnen vinden. Dus zijn we verder doorgereden naar Lowell, waar we die avond ook naar de wedstrijd gingen. Best Western: vol. Dus doorgereden naar een Motel 6. Daar hadden ze alleen maar kamers waar gerookt mag worden. Ten minste, ze hadden nog wel een kamer met wat extra's, maar dan moesten we bijbetalen. Hoeveel? 3 Dollar (*slik*). Gelukkig hadden we dus op tijd een kamer en konden we door naar de Lowell Spinners tegen de Scrappers.
Het stadion van de Spinners was compleet uitverkocht en er waren alleen nog maar nog maar staanplaatsen te koop. Tenminste, dat werd ons verteld. Wij zijn met ons sta-kaartje recht achter de thuisplaat gaan zitten, en niemand heeft ons weggestuurd. Over de wedstrijd zelf kan ik heel kort zijn. We mogen bij Birds nooit meer klagen over het niveau; niet bij Heren 1, niet bij de junioren en ook niet bij aspiranten 2. Om toch een beeld te schetsen: De toneelstukjes van de niet-al-te-goede entertainment ploeg waren van hoger niveau dan de wedstrijd. Hoogtepunt van de avond was het volkslied, gezongen door het plaatselijke koor (dat overigens echt heel goed was). Voor de zesde achtereenvolgende westrijd won de uitploeg: 6-8 voor de Scrappers, vooral vanwege een sterke 9de inning.
Morgen is het dan zo ver: Red Sox - Yankees. Ik heb er zin in!
zaterdag 11 juli 2015
10 Juli: Mystic en Paw Sox
Al weer 5 dagen in 'the land of the free and the home of the ... minions'. Overal zie je ze: Als mascottes, in reclames, en zelfs in het nieuws kwamen ze voorbij. Ik ben benieuwd hoeveel gele smurfen (of rijstkorrels, volgens pap) we nog gaan zien. Vandaag rijden we weg uit Fishkill en gaan we naar Pawtucket, een rit van maar liefst 280 km.
Na een lekker ontbijt in ons Days Inn motel reden we vroeg weg. Door onze zoektocht naar een Starbucks kwamen we terecht in Waterbury, een prachtig stadje dat duidelijk niet was beïnvloed door de crisis. 2 (!) mooie stadhuizen, een rechtszaal en 2 kerken, allemaal gebouwd in britse stijl, zagen er goed onderhouden uit, in tegenstelling tot de meeste oude gebouwen elders in Amerika. Ook was er een toren die heel erg deed denken aan de toren op het Piazza del Campo in Sienna (waar elk jaar paardenraces worden gehouden) .
Even later reden we een lange file in. Wij dachten meteen: Een ongeluk of wegwerkzaamheden. Het was echter geen van beide: We stonden gewoon in de rij voor een stoplicht. Welke imbiciel heeft bedacht om een stoplicht midden op de snelweg neer te zetten?!?
De volgende tussenstop bracht ons in Mystic. We kwamen terecht in een (voor toeristen nagebouwd) dorpje. Het had iets weg van het openluchtmuseum in Arnhem. Mysic is een havenstad en leeft van visserij: waarschijnlijk vooral garnalen. Op iedere hoek kon je 8 verschillende gerechten met garnalen krijgen. Een stuk zalm eten kon echter alleen in het Go Fish restaurant, en dan alleen bij een Ceasars salad. Aan één salade hadden we met z'n tweeën meer dan genoeg, en de zalm was heerlijk.
Na de lunch zijn we doorgereden naar Pawtucket. Eerst kaartjes scoren voor de wedstrijd, en daarna een motel vinden, dat was de opdracht. Eerst de Days inn; 'non-existent', in ieder geval niet op de plek waar de tomtom ons heen stuurde. Comfort inn: $160 (zonder tax) voor 1 nacht. Dan maar iets verder buiten de stad zoeken. Uiteindelijk vonden we een goed motel voor slechts $81.
's Avonds naar Mccoy stadium voor de wedstrijd Paw Sox-Ironpigs (de persoon die de stoplichten plant verzint ook teamnamen denk ik). Van beide startende werpers hebben hun major league teams een hoge verwachting. Henry Owens, de werper van de Paw Sox, begon sterk: 3x 3 slag in 11 ballen. De andere werper, Aaron Nola, begon minder goed: De Paw sox scoorden in de 1e inning 2 punten op een honkslag van de cubaan Rusney Castillo, die vorig jaar een contract tekende voor maar liefst 64 miljoen dollar. In de zesde inning maakten de Ironpigs weer gelijk. In de negende inning kwam Pat Light op de heuvel voor de Pawsox. Die dacht dat hij cricket aan het doen was; bijna al zijn worpen gingen de grond in. Er klonk vanaf de tribune zelfs een cynisch applaus na elke slagbal. De Ironpigs kregen zo 2 punten cadeau: 3x 4 wijd, 1x geraakt werper en een velderskeus (wat een dubbelspel had moeten zijn). Wéér won dus de uitploeg: 2-4 voor de Ironpigs.
Gisterenavond hoorden we dat er in Pennsylvania, waar wij gisteren wegreden, een grote thunderstorm is geweest, en dat er veel gebouwen beschadigd zijn. Wij hebben daar gelukkig geen last van gehad; Hier in Massachusets is de voorspelling voor de komende dagen zonnig en warm.
Morgen gaan we naar de Boston Red Sox... Als we in het stadion kunnen komen tenminste. Anders staan de Lowell Spinners op het programma.
Na een lekker ontbijt in ons Days Inn motel reden we vroeg weg. Door onze zoektocht naar een Starbucks kwamen we terecht in Waterbury, een prachtig stadje dat duidelijk niet was beïnvloed door de crisis. 2 (!) mooie stadhuizen, een rechtszaal en 2 kerken, allemaal gebouwd in britse stijl, zagen er goed onderhouden uit, in tegenstelling tot de meeste oude gebouwen elders in Amerika. Ook was er een toren die heel erg deed denken aan de toren op het Piazza del Campo in Sienna (waar elk jaar paardenraces worden gehouden) .
Even later reden we een lange file in. Wij dachten meteen: Een ongeluk of wegwerkzaamheden. Het was echter geen van beide: We stonden gewoon in de rij voor een stoplicht. Welke imbiciel heeft bedacht om een stoplicht midden op de snelweg neer te zetten?!?
De volgende tussenstop bracht ons in Mystic. We kwamen terecht in een (voor toeristen nagebouwd) dorpje. Het had iets weg van het openluchtmuseum in Arnhem. Mysic is een havenstad en leeft van visserij: waarschijnlijk vooral garnalen. Op iedere hoek kon je 8 verschillende gerechten met garnalen krijgen. Een stuk zalm eten kon echter alleen in het Go Fish restaurant, en dan alleen bij een Ceasars salad. Aan één salade hadden we met z'n tweeën meer dan genoeg, en de zalm was heerlijk.
Na de lunch zijn we doorgereden naar Pawtucket. Eerst kaartjes scoren voor de wedstrijd, en daarna een motel vinden, dat was de opdracht. Eerst de Days inn; 'non-existent', in ieder geval niet op de plek waar de tomtom ons heen stuurde. Comfort inn: $160 (zonder tax) voor 1 nacht. Dan maar iets verder buiten de stad zoeken. Uiteindelijk vonden we een goed motel voor slechts $81.
's Avonds naar Mccoy stadium voor de wedstrijd Paw Sox-Ironpigs (de persoon die de stoplichten plant verzint ook teamnamen denk ik). Van beide startende werpers hebben hun major league teams een hoge verwachting. Henry Owens, de werper van de Paw Sox, begon sterk: 3x 3 slag in 11 ballen. De andere werper, Aaron Nola, begon minder goed: De Paw sox scoorden in de 1e inning 2 punten op een honkslag van de cubaan Rusney Castillo, die vorig jaar een contract tekende voor maar liefst 64 miljoen dollar. In de zesde inning maakten de Ironpigs weer gelijk. In de negende inning kwam Pat Light op de heuvel voor de Pawsox. Die dacht dat hij cricket aan het doen was; bijna al zijn worpen gingen de grond in. Er klonk vanaf de tribune zelfs een cynisch applaus na elke slagbal. De Ironpigs kregen zo 2 punten cadeau: 3x 4 wijd, 1x geraakt werper en een velderskeus (wat een dubbelspel had moeten zijn). Wéér won dus de uitploeg: 2-4 voor de Ironpigs.
Gisterenavond hoorden we dat er in Pennsylvania, waar wij gisteren wegreden, een grote thunderstorm is geweest, en dat er veel gebouwen beschadigd zijn. Wij hebben daar gelukkig geen last van gehad; Hier in Massachusets is de voorspelling voor de komende dagen zonnig en warm.
Morgen gaan we naar de Boston Red Sox... Als we in het stadion kunnen komen tenminste. Anders staan de Lowell Spinners op het programma.
9 Juli: Railriders en Falls
Vandaag staat een wedstrijd in Scranton op het programma, ongeveer 170 km naar het westen. Heen én terug, want morgen gaan we naar Pawtucket, vanaf ons hotel nog ongeveer 300 km naar het oosten.
We moesten vroeg op; de wedstrijd in Scranton begon immers al om 12:05. Tijdens de rit werd het steeds heuvelachtiger, het deed een beetje denken aan Willingen. Het regende vrijwel de hele weg, maar de temperatuur bleef oplopen: 70 deg, 77, 85 en uiteindelijk bij aankomst 93! (gelukkig wel allemaal gemeten in fahrenheid). In Scranton kwam de zon achter de wolken vandaan (nou ja, de wolken gingen weg), dus was het prachtig weer.
Het stadion van de Scranton Railriders heet PNC stadium, niet te verwarren met PNC park, het stadion van de Pittsburgh Pirates. Het is net nieuw, geopend in 2012. Het is prachtig gelegen tussen de heuvels. Het outfield ligt bijna tegen een rotswand aan. De Railriders zijn een AAA-team van de Yankees; eerst speelde het AAA-team van de Phillies op deze plek. De meeste spelers van dit team en van de tegenstanders, de Syracuse Chiefs, kende ik wel. Veel jongens op dit niveau zitten dan ook tegen major league niveau aan.
Tijdens de wedstrijd raakten we aan de praat met een groepje Amerikanen. Ook kwam er (hoogstwaarschijnlijk dankzij hen) iemand van de Customer service langs; die bedankte ons voor onze komst en gaf ons twee shirts van de Railriders. Nou had één shirt ook genoeg, want daar passen we met z'n tweeën in. De wedstrijd zelf was leuk: Er werd veel geslagen. Veel lopers bleven echter achter op de honken. Weer won de uit-ploeg de wedstrijd: 2-5 voor de Chiefs.
Na de wedstrijd zochten we nog wat anders om te gaan doen. Even zoeken op de kaart leidde ons naar Delaware state forest (in Pennsylvania...?). De tomtom leidde ons echter naar de 'middle of nowhere': We stonden aan het einde van een onverharde weg, bij een beekje. Nog even verder rijden (over een weg die niet onderdoet voor de gemiddelde achtbaan) bracht ons bij onze bestemming: Dingmans falls. Na een trail van 500 meter en 274 trapteden kwamen we bij een prachtige waterval, midden in het bos. Omdat het heel hard had geregend kwam er flink veel water naar beneden. Het was echt adembenemend mooi. Daarna zijn we doorgereden naar Raymondskill falls (werkelijk alles is hier '-kill'. Bushkill, Catskill, Fishkill, Killingsworth, etc.). Ook heel mooi, en een leuk pad om te lopen. Het was niet Willingen, maar Willingen++. Precies toen we weer bij de auto stonden, begon het te regenen, en de hele weg terug naar Wappinger Falls (zonder watervallen helaas) zaten we in een hoosbui. Na taco's te hebben gegeten vielen we als een blok in slaap.
Morgen rijden we naar Pawtucket, waar het AAA-team van de Red sox speelt. De Railriders en dit team, dat de 'Paw sox' heet, zijn grote rivalen. Toch staat pap erop dat hij zijn Railriders shirt aantrekt. Als dat maar goed gaat...
We moesten vroeg op; de wedstrijd in Scranton begon immers al om 12:05. Tijdens de rit werd het steeds heuvelachtiger, het deed een beetje denken aan Willingen. Het regende vrijwel de hele weg, maar de temperatuur bleef oplopen: 70 deg, 77, 85 en uiteindelijk bij aankomst 93! (gelukkig wel allemaal gemeten in fahrenheid). In Scranton kwam de zon achter de wolken vandaan (nou ja, de wolken gingen weg), dus was het prachtig weer.
Het stadion van de Scranton Railriders heet PNC stadium, niet te verwarren met PNC park, het stadion van de Pittsburgh Pirates. Het is net nieuw, geopend in 2012. Het is prachtig gelegen tussen de heuvels. Het outfield ligt bijna tegen een rotswand aan. De Railriders zijn een AAA-team van de Yankees; eerst speelde het AAA-team van de Phillies op deze plek. De meeste spelers van dit team en van de tegenstanders, de Syracuse Chiefs, kende ik wel. Veel jongens op dit niveau zitten dan ook tegen major league niveau aan.
Tijdens de wedstrijd raakten we aan de praat met een groepje Amerikanen. Ook kwam er (hoogstwaarschijnlijk dankzij hen) iemand van de Customer service langs; die bedankte ons voor onze komst en gaf ons twee shirts van de Railriders. Nou had één shirt ook genoeg, want daar passen we met z'n tweeën in. De wedstrijd zelf was leuk: Er werd veel geslagen. Veel lopers bleven echter achter op de honken. Weer won de uit-ploeg de wedstrijd: 2-5 voor de Chiefs.
Na de wedstrijd zochten we nog wat anders om te gaan doen. Even zoeken op de kaart leidde ons naar Delaware state forest (in Pennsylvania...?). De tomtom leidde ons echter naar de 'middle of nowhere': We stonden aan het einde van een onverharde weg, bij een beekje. Nog even verder rijden (over een weg die niet onderdoet voor de gemiddelde achtbaan) bracht ons bij onze bestemming: Dingmans falls. Na een trail van 500 meter en 274 trapteden kwamen we bij een prachtige waterval, midden in het bos. Omdat het heel hard had geregend kwam er flink veel water naar beneden. Het was echt adembenemend mooi. Daarna zijn we doorgereden naar Raymondskill falls (werkelijk alles is hier '-kill'. Bushkill, Catskill, Fishkill, Killingsworth, etc.). Ook heel mooi, en een leuk pad om te lopen. Het was niet Willingen, maar Willingen++. Precies toen we weer bij de auto stonden, begon het te regenen, en de hele weg terug naar Wappinger Falls (zonder watervallen helaas) zaten we in een hoosbui. Na taco's te hebben gegeten vielen we als een blok in slaap.
Morgen rijden we naar Pawtucket, waar het AAA-team van de Red sox speelt. De Railriders en dit team, dat de 'Paw sox' heet, zijn grote rivalen. Toch staat pap erop dat hij zijn Railriders shirt aantrekt. Als dat maar goed gaat...
donderdag 9 juli 2015
8 Juli: Times square en Hudson Valley
Al weer de derde dag in Amerika. Vandaag begint de tour pas echt; we krijgen de auto en gaan New York uit, maar niet voor we Times square hebben gezien.
De metro in New York is oud. In het station is er geen airco, en het voelt alsof je je in een mijnschacht bevindt. De metro's zelf zijn echter rijdende koelkasten; de temperatuur zit dichter bij de 15 dan bij de 20 graden. Als je op Times square uitstapt, krijg je meteen een muur van warme lucht over je heen. Hoewel, dan moet je wel een 'square' zien te vinden. De vele toeristen verraadden dat we wel goed stonden, maar echt een plein is het niet te noemen. Wel stonden er heel veel hele hoge gebouwen en waren er heel veel auto's. Wij gingen de onze (auto, niet wolkenkrabber) ophalen en kregen nog een lekker buitje over ons heen. Bij de autoverhuur liep het op z'n zachtst gezegd niet op rolletjes. Eerst moest er een of andere code worden ingevuld, en geen van de medewerkers wist wat die was. Ook kreeg pap een soort parkeerkaartje dat hij héééél goed moest bewaren. We hadden de airbags er al bijna omheen gemonteerd toen bleek dat we hem nodig hadden om de parkeergarage uit te komen. De automaat had blijkbaar honger, want het was 'hap, slik, weg kaartje'. Uiteindelijk toch eruit gekomen en snel naar het hotel om de koffers op te halen.
Echt snel ging het echter niet. Het verkeer in Manhattan is, zoals de amerikanen het zelf zouden zeggen, 'a mess'. 10 meter rijden, wachten voor het stoplicht, 10 meter rijden, etc. Gelukkig konden we via de snelweg die buitenom loopt bij het hotel komen. De koffers passen makkelijk in de auto... en wij ook. De auto is lekker ruim en alle mogelikke snufjes zitten erin: Elektrische stoelverwarming, achteruitrijcamera en zelfs waarschuwingslampjes op de buitenspiegels. Net buiten New York heb je veels te grote verkeerspleinen. Denk Kleinpolderplein, Prins Claus plein en Ouwe rijn en dat dan in elkaar, met afslagen links en rechts. De rest van de rit naar Hudson Valley was gelukkig vrij rechttoe rechtaan. Het stadion van de Renegades, waar we die avond heen zouden gaan, staat in Wappinger Falls, en ons motel staat in Fishkill (veel plaatsnamen eindigen om één of andere reden op '-kill'). Beiden zijn echte Amerikaanse dorpjes: 5 huizen, een motel en een 8 baans weg erdoorheen. En, in ons geval, een stadion.
Het stadion van de Renegades deed qua sfeer en indeling denken aan het Pim Muilier (voor niet-kenners, het stadion van Kinheim in Haarlem). Dit stadion is echter wel wat groter. Er was redelijk veel publiek. Dat was vooral omdat er niks anders te doen is in de buurt, werd ons later verteld. De wedstrijd stond bol van de fouten, maar liefst 3 aan elke kant. De helft van de fouten kwam van de catchers; die gooiden hem telkens met of zonder stuit het outfield in. Alle toeschouwers zagen verder een spannende pot: 3-5 voor de Brooklyn Cyclones. Voor de wedstrijd hadden we gegeten bij Charlie Brown, een steakhouse met een grote saladebar. Zeker voor herhaling vatbaar, en we hoeven nu ook niet meer te ontbijten morgenochtend.
Morgen staan we vroeg op om dan om 12.00 in Scranton te zijn, zo'n 170 kilometer verderop. Daar is de wedstrijd en ook gaan we kijken of daar in de buurt nog wat te doen is. Stay tuned...
De metro in New York is oud. In het station is er geen airco, en het voelt alsof je je in een mijnschacht bevindt. De metro's zelf zijn echter rijdende koelkasten; de temperatuur zit dichter bij de 15 dan bij de 20 graden. Als je op Times square uitstapt, krijg je meteen een muur van warme lucht over je heen. Hoewel, dan moet je wel een 'square' zien te vinden. De vele toeristen verraadden dat we wel goed stonden, maar echt een plein is het niet te noemen. Wel stonden er heel veel hele hoge gebouwen en waren er heel veel auto's. Wij gingen de onze (auto, niet wolkenkrabber) ophalen en kregen nog een lekker buitje over ons heen. Bij de autoverhuur liep het op z'n zachtst gezegd niet op rolletjes. Eerst moest er een of andere code worden ingevuld, en geen van de medewerkers wist wat die was. Ook kreeg pap een soort parkeerkaartje dat hij héééél goed moest bewaren. We hadden de airbags er al bijna omheen gemonteerd toen bleek dat we hem nodig hadden om de parkeergarage uit te komen. De automaat had blijkbaar honger, want het was 'hap, slik, weg kaartje'. Uiteindelijk toch eruit gekomen en snel naar het hotel om de koffers op te halen.
Echt snel ging het echter niet. Het verkeer in Manhattan is, zoals de amerikanen het zelf zouden zeggen, 'a mess'. 10 meter rijden, wachten voor het stoplicht, 10 meter rijden, etc. Gelukkig konden we via de snelweg die buitenom loopt bij het hotel komen. De koffers passen makkelijk in de auto... en wij ook. De auto is lekker ruim en alle mogelikke snufjes zitten erin: Elektrische stoelverwarming, achteruitrijcamera en zelfs waarschuwingslampjes op de buitenspiegels. Net buiten New York heb je veels te grote verkeerspleinen. Denk Kleinpolderplein, Prins Claus plein en Ouwe rijn en dat dan in elkaar, met afslagen links en rechts. De rest van de rit naar Hudson Valley was gelukkig vrij rechttoe rechtaan. Het stadion van de Renegades, waar we die avond heen zouden gaan, staat in Wappinger Falls, en ons motel staat in Fishkill (veel plaatsnamen eindigen om één of andere reden op '-kill'). Beiden zijn echte Amerikaanse dorpjes: 5 huizen, een motel en een 8 baans weg erdoorheen. En, in ons geval, een stadion.
Het stadion van de Renegades deed qua sfeer en indeling denken aan het Pim Muilier (voor niet-kenners, het stadion van Kinheim in Haarlem). Dit stadion is echter wel wat groter. Er was redelijk veel publiek. Dat was vooral omdat er niks anders te doen is in de buurt, werd ons later verteld. De wedstrijd stond bol van de fouten, maar liefst 3 aan elke kant. De helft van de fouten kwam van de catchers; die gooiden hem telkens met of zonder stuit het outfield in. Alle toeschouwers zagen verder een spannende pot: 3-5 voor de Brooklyn Cyclones. Voor de wedstrijd hadden we gegeten bij Charlie Brown, een steakhouse met een grote saladebar. Zeker voor herhaling vatbaar, en we hoeven nu ook niet meer te ontbijten morgenochtend.
Morgen staan we vroeg op om dan om 12.00 in Scranton te zijn, zo'n 170 kilometer verderop. Daar is de wedstrijd en ook gaan we kijken of daar in de buurt nog wat te doen is. Stay tuned...
woensdag 8 juli 2015
7 Juli: Central park en Yankee stadium
Na een goede nacht was de 24-uur-durende dag van 6 juli uit ons lichaam. Vandaag stonden central park en Yankee stadium op het programma. Eerst ontbijt zoeken; na 20 minuten toch maar besloten om in het tentje naast ons hotel te gaan zitten. Snel blog bijwerken en dan hup naar central park.
Central park ligt op 'slechts' 3 blokken afstand van ons hotel. Je merkt meteen waarom het een 'park' is: natuur is leuk, maar je moet wel gewoon met z'n vieren naast elkaar op asfalt kunnen lopen. Rond elk grasveld staan hekken en ook de speelplaatsen zijn goed afgeschermd. Wij begonnen aan de west kant van central park. We liepen naar het grote resevoir middenin het park, alwaar we een spectaculair uitzicht hadden op downtown New York. In central park zelf liggen veel sportfaciliteiten, zoals tennisbanen en natuurlijk honkbalvelden. Daar liepen enkele schoolklassen en stonden groepjes van 2 tot 4 jongens voor zichzelf te trainen. Daarna teruggelopen naar het resevoir en tegen de richting in (ja, het was een één-richtings-verkeer-voet-en-hardloop-pad) naar het 'National museum of art' gelopen. Denk rijksmuseum, en dan x5. Weer terug het park in, naar 'Alice in Wonderland', een meertje met miniatuur zeilbootjes en een standbeeld van Hans Christian Andersen (...). Bij het volgende meer begon het echt op bos te lijken. Op smalle paadjes heuvel(tje) op en af, met alleen maar bomen en zo nu en dan een wolkenkrabber in zicht. Het was een prachtige wandeling, zeker voor herhaling vatbaar.
Snel omkleden en met de metro naar Yankee stadium. Daar kregen we een tour door het museum en memorial park. Even een buitje (en daarna nog het veld sproeien) en dan: play ball! Onze landgenoot Didi Gregorius (geboren in Amsterdam) speelde korte stop. Tot mijn verbazing kreeg Alex Rodriguez steeds het hardste applaus (voor de niet-honkbal-volgers, hij was vorig jaar geschorst vanwege dopinggebruik). De sfeer in het (half gevulde) stadion was 6 innings lang zoals in een theater voor de voorstelling; iedereen praat door elkaar. In de 7de inning begon er echter écht sfeer te komen; er ging zelfs een wave door het stadion. De wedstrijd zelf was spannend. Na 1 inning stond het 2-1 in het voordeel van de Yankees. Deze inning duurde maar liefst 32 minuten! Het werd 2-2, en daarna 3-2 op een honkslag van Gregorius. Billy Butler maakte de stand gelijk met een homerun, en na 9 innings stond het 3-3. In de 10de inning kwam Brett Lawrie, die tot dan toe 3x 3 slag had gehad, tegen de (all-star) closer van de Yankees, Delin Betances. 2 slag kaal en... Boem, hij mept hem eruit. De Yankees kwamen deze klap niet meer te boven. Eindstand: 3-4 voor de Atlethics.
Morgen verlaten we New York (eindelijk) en gaan we naar Wappinger falls, waar we nogmaals een wedstrijd van de Renegades gaan bekijken.
Central park ligt op 'slechts' 3 blokken afstand van ons hotel. Je merkt meteen waarom het een 'park' is: natuur is leuk, maar je moet wel gewoon met z'n vieren naast elkaar op asfalt kunnen lopen. Rond elk grasveld staan hekken en ook de speelplaatsen zijn goed afgeschermd. Wij begonnen aan de west kant van central park. We liepen naar het grote resevoir middenin het park, alwaar we een spectaculair uitzicht hadden op downtown New York. In central park zelf liggen veel sportfaciliteiten, zoals tennisbanen en natuurlijk honkbalvelden. Daar liepen enkele schoolklassen en stonden groepjes van 2 tot 4 jongens voor zichzelf te trainen. Daarna teruggelopen naar het resevoir en tegen de richting in (ja, het was een één-richtings-verkeer-voet-en-hardloop-pad) naar het 'National museum of art' gelopen. Denk rijksmuseum, en dan x5. Weer terug het park in, naar 'Alice in Wonderland', een meertje met miniatuur zeilbootjes en een standbeeld van Hans Christian Andersen (...). Bij het volgende meer begon het echt op bos te lijken. Op smalle paadjes heuvel(tje) op en af, met alleen maar bomen en zo nu en dan een wolkenkrabber in zicht. Het was een prachtige wandeling, zeker voor herhaling vatbaar.
Snel omkleden en met de metro naar Yankee stadium. Daar kregen we een tour door het museum en memorial park. Even een buitje (en daarna nog het veld sproeien) en dan: play ball! Onze landgenoot Didi Gregorius (geboren in Amsterdam) speelde korte stop. Tot mijn verbazing kreeg Alex Rodriguez steeds het hardste applaus (voor de niet-honkbal-volgers, hij was vorig jaar geschorst vanwege dopinggebruik). De sfeer in het (half gevulde) stadion was 6 innings lang zoals in een theater voor de voorstelling; iedereen praat door elkaar. In de 7de inning begon er echter écht sfeer te komen; er ging zelfs een wave door het stadion. De wedstrijd zelf was spannend. Na 1 inning stond het 2-1 in het voordeel van de Yankees. Deze inning duurde maar liefst 32 minuten! Het werd 2-2, en daarna 3-2 op een honkslag van Gregorius. Billy Butler maakte de stand gelijk met een homerun, en na 9 innings stond het 3-3. In de 10de inning kwam Brett Lawrie, die tot dan toe 3x 3 slag had gehad, tegen de (all-star) closer van de Yankees, Delin Betances. 2 slag kaal en... Boem, hij mept hem eruit. De Yankees kwamen deze klap niet meer te boven. Eindstand: 3-4 voor de Atlethics.
Morgen verlaten we New York (eindelijk) en gaan we naar Wappinger falls, waar we nogmaals een wedstrijd van de Renegades gaan bekijken.
dinsdag 7 juli 2015
6 Juli: Heenreis en Staten Island
Dag één van onze reis naar Amerika.
Om 4 uur vertrokken we samen met Mama (diana) en Cayley naar het vliegveld. Na een warm afscheid gingen we door de security heen, waar ik zoals altijd gefouilleerd werd. Ons vliegtuig naar Heathrow had een uur vertraging vanwege motorpech: Er lag een plas kerosine óf koelvloeistof (ik kon niet ontdekken welke) onder de motor.. Gelukkig waren we net op tijd om onze aansluitende vlucht te halen. Daarvoor moesten we wel rennen. Heathrow is een doolhof: Na elke gang volgt een splitsing, waarna je weer 3 gangen door moet etc. We moesten hard rennen, en natuurlijk even stoppen om bij de douane gefouilleerd te worden... De vlucht naar Amerika verliep verder goed, en de koffers hadden hun transfer gelukkig ook gehaald (en dat zonder te rennen!).
Vanaf het vliegtuig snel door naar de air train en daarna in de metro. Eerst even kaartjes kopen. Van het ene kastje werden we naar het volgende kastje gestuurd. De metro rit was wat lang, maar ging verder goed. Wat rijden ze hier lekker snel! Dat is nog eens wat anders dan de randstad rail. We zitten in het Newton hotel, gelegen aan de noord-westkant van Central park. Het is een mooi hotel, met vriendelijk personeel en we hebben een kamer met 2 grote bedden.
Snel ompakken en daarna met de metro naar de Staten Island ferry. Deze vaart vlak langs het vrijheidsbeeld. Ook hadden we een mooi uitzicht op Manhattan. De eerste honkbalwedstrijd was de Staten Island Yankees tegen de Hudson Valley Renegades. De pitcher van de Renegades hield de Yankees 6 innings lang zonder honkslag. De pitcher van de Yankees was minder voortvarend: 1 2/3 innings, 5 punten tegen op maar liefst 8 honkslagen. In de laatste innings vochten de Yankees zich nog knap terug, maar het was niet genoeg. Uitslag: 5-7.
Het stadion van de SI Yankees ligt aan de kust, en langs de batterseye kan je Manhattan zien liggen. Dat had ook een nadeel: 2 innings lang werden we verblind door de ondergaande zon die weerspiegelde op één van de wolkenkrabbers. Naast de wedstrijd was er nog meer te doen in het stadion: Ze hadden een loterij en een bingo gebaseerd op gebeurtenissen uit de wedstrijd. Op de terugweg met de boot hadden we nogmaals een fantastisch uitzicht op New York en het vrijheidsbeeld. Wat een dag. Ruim 24 uur achtereenvolgens bezig geweest. Nu gelukkig in New York, en morgen naar de (échte) Yankees!
(Jammer genoeg geen foto's, die willen niet uploaden. Wifi is hier maar op weinig plekken gratis en niet echt snel. Deze text typ ik op mijn tablet, dus er kunnen fouten in zitten.)
Om 4 uur vertrokken we samen met Mama (diana) en Cayley naar het vliegveld. Na een warm afscheid gingen we door de security heen, waar ik zoals altijd gefouilleerd werd. Ons vliegtuig naar Heathrow had een uur vertraging vanwege motorpech: Er lag een plas kerosine óf koelvloeistof (ik kon niet ontdekken welke) onder de motor.. Gelukkig waren we net op tijd om onze aansluitende vlucht te halen. Daarvoor moesten we wel rennen. Heathrow is een doolhof: Na elke gang volgt een splitsing, waarna je weer 3 gangen door moet etc. We moesten hard rennen, en natuurlijk even stoppen om bij de douane gefouilleerd te worden... De vlucht naar Amerika verliep verder goed, en de koffers hadden hun transfer gelukkig ook gehaald (en dat zonder te rennen!).
Vanaf het vliegtuig snel door naar de air train en daarna in de metro. Eerst even kaartjes kopen. Van het ene kastje werden we naar het volgende kastje gestuurd. De metro rit was wat lang, maar ging verder goed. Wat rijden ze hier lekker snel! Dat is nog eens wat anders dan de randstad rail. We zitten in het Newton hotel, gelegen aan de noord-westkant van Central park. Het is een mooi hotel, met vriendelijk personeel en we hebben een kamer met 2 grote bedden.
Snel ompakken en daarna met de metro naar de Staten Island ferry. Deze vaart vlak langs het vrijheidsbeeld. Ook hadden we een mooi uitzicht op Manhattan. De eerste honkbalwedstrijd was de Staten Island Yankees tegen de Hudson Valley Renegades. De pitcher van de Renegades hield de Yankees 6 innings lang zonder honkslag. De pitcher van de Yankees was minder voortvarend: 1 2/3 innings, 5 punten tegen op maar liefst 8 honkslagen. In de laatste innings vochten de Yankees zich nog knap terug, maar het was niet genoeg. Uitslag: 5-7.
Het stadion van de SI Yankees ligt aan de kust, en langs de batterseye kan je Manhattan zien liggen. Dat had ook een nadeel: 2 innings lang werden we verblind door de ondergaande zon die weerspiegelde op één van de wolkenkrabbers. Naast de wedstrijd was er nog meer te doen in het stadion: Ze hadden een loterij en een bingo gebaseerd op gebeurtenissen uit de wedstrijd. Op de terugweg met de boot hadden we nogmaals een fantastisch uitzicht op New York en het vrijheidsbeeld. Wat een dag. Ruim 24 uur achtereenvolgens bezig geweest. Nu gelukkig in New York, en morgen naar de (échte) Yankees!
(Jammer genoeg geen foto's, die willen niet uploaden. Wifi is hier maar op weinig plekken gratis en niet echt snel. Deze text typ ik op mijn tablet, dus er kunnen fouten in zitten.)
zondag 5 juli 2015
5 Juli: Vluchtnummer
Morgen ochtend is het dan eindelijk zo ver: Pap en ik vliegen via Londen naar New York. 3 weken lang honkbalwedstrijden kijken; dat is de bedoeling. Op deze blog ga ik (proberen om) de reis zo goed mogelijk te beschrijven. De laatste voorbereidingen zijn in volle gang.Voor de liefhebbers: Het vluchtnummer van Londen naar New York is US0101. We landen als alles goed gaat om 12:15, plaatselijke tijd (6 uur eerder). Tot over 3 weken!
Abonneren op:
Posts (Atom)