donderdag 16 juli 2015

15 Juli: Lake, forest en Valleycats

'Ik heb het gevoel dat we alleen maar rondjes rijden', zei pap gisteren. Eigenlijk is dat ook wel zo: We hebben de auto nu een week, maar zijn desondanks pas 500 km verwijderd van New York. Vandaag staat er weer een rondje op het programma: Troy-Lake George-Green Mountain national forest-Troy. En 's avonds natuurlijk weer een wedstrijd.

De was was nog niet droog, maar het weer weer wel (leuk hè, de Nederlandse taal). Alleen op weg naar onze eerste bestemming, Lake George, heeft het een beetje geregend. Lake George bleek niet alleen de naam van het meer, maar ook van het naastgelegen plaatsje, dat duidelijk speciaal voor toeristen was gebouwd. Ze hadden zó veel parkeerplaatsen dat alle plekken volgens mij maar één keer per jaar worden gebruikt. In het visitors center vroegen we waar we het mooiste uitzicht hadden. Dat was bij Pilot Knob; ongeveer 10 minuten rijden naar het noorden en dan een stuk klimmen.

Dat klimmen was zwaar; alsof je een trap op loopt van 3 km lang, maar dan door modder, tussen takken en over (losliggende) stenen. De inspanning werd goed beloond: Bovenaan hadden we een prachtig uitzicht over (een groot deel van) het meer. Het had wat weg van de meren die we in Duitsland hebben gezien, alleen was deze iets (veel) groter en waren de omringende bergen veel (iets) hoger. Toen we weer beneden waren hadden we beiden last van onze kuiten en knieeën.

Hierna reden we door richting Green Mountain national forest. Bij een McDonalds stopten we even voor koffie en een warme chocolademelk. Dat was de eerste en ook meteen de laatste keer: De chocolademelk smaakte naar een mislukte chocoladereep en de koffie naar slootwater, aldus pap. We stopten nog even bij een oude marmermijn (geclaimed wordt dat het de oudste van Amerika is), die gevuld was met water en nu dienst deed als openluchtzwembad. Het was echter te koud om te zwemmen, namelijk slechts 20 graden.

Het forest heeft, net als Lake George, veel weg van Willingen. Groene heuvels afgewisseld met dorpjes in de dalen. Wij hebben een trail gelopen in Manchester (nee, we zijn niet naar Engeland gereden. De meeste plastsnamen hier worden schaamteloos gekopieerd). Niets bijzonders verder: een vlak paadje met aan het einde (*tromgeroffel*)... Een informatiebord. Daar doe je het voor. We hebben nog even een kijkje genomen bij een grote vijver en zijn daarna dwars door het park (wel netjes over de weg hoor) teruggereden naar Troy.

Nadat we ons snel hadden omgekleed gingen we naar de wedstrijd: Valleycats - Lake monsters. Het stadion, met bijnaam 'The Joe', ligt op een universiteitscampus. Het was dan ook heel toepasselijk dat de avond een studentikoos thema had: Christmas in Juli. Het stadion was versierd met kerstlampjes, het scorebord was helemaal in kerstsfeer (en onleesbaar, maar dat terzijde) en de batboy liep net alsof hij een rendier was (maar ik weet niet of dat erbij hoorde). Het stadion zat flink vol. We kregen een spannende, maar wel lange (en koude), wedstrijd voorgeschoteld. De Valleycats scoorden in de eerste inning 2 punten, en herhaalden dat kunstje in de inning daarna. De Lake monsters kwamen echter gelijdelijk aan terug, en na 8 innings stond het 5-5. In de 2de helft van de 9de inning kreeg de eers te slagman 4 wijd. Hij kwam op het derde honk door een foute pickoff van de werper. Na 2x opzettelijk 4 wijd en een pop-up sloeg Dexture McCall het winnende punt binnen met een linedrive naar het midveld. Een walk-off dus, en een 6-5 overwinning voor de Valleycats. Eindelijk hebben we een thuisploeg zien winnen!

Morgen gaan we naar de baseball hall of fame in Cooperstown en zien we de Syracuse Chiefs voor de tweede keer, nu als thuisploeg.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten