De Hall of Fame is op honkbalgebied hét hoogtepunt van de reis. De beste spelers (en ook coaches, scheidsrechters en zelfs omroepers) zijn hier vereeuwigd. Onder hen is één Nederlander, namelijk de pitcher Bert Blyleven. Vandaag brengen we hier een bezoek en rijden we door naar Syracuse voor de wedstrijd Chiefs-Braves (AAA).
Cooperstown is een gehucht en ligt vrij afgelegen. Aanvankelijk reden we op een driebaansweg, maar een paar afslagen later reden we op een éénbaansweg dwars door de maisvelden. De tomtom had de toeristische route uitgekozen: Maar liefst 3 keer stuurde hij ons van de hoofdweg af en een smal straatje in, dat dan 2 km later weer op diezelfde hoofdweg uitkwam. Na een rit van ruim 2 uur kwamen we aan bij Cooperstown.
Naast een eregallerij is de Hall of Fame ook een groot honkbalmuseum. Op de tweede verdieping, waar de route begon, werd de geschiedenis van het honkbal gepresenteerd. Niet alleen het ontstaan van het spel, maar ook de negro leagues (competities voor zwarte spelers) en het ontstaan van de Major league kwam voorbij. Ook was het leuk om te zien hoe het materiaal er vroeger uit zag. Verder hadden ze spullen van allerlei spelers, van Cy Young tot Lou Gehrig en van Babe Ruth tot Pedro Matinez.
Verder op de route was een kamer met allerlei statistieken. Daar deden we mee aan een spel: Raad de speler op basis van het rapport van een scout. De eerste speler kon ik niet raden (Tim Hudson), maar bij de tweede speler was de eerste poging goed (Joe Mauer). Bij de derde speler bleek dat scouts er ook wel eens naast zitten. Van de scout van de Brewers kreeg de betreffende (jonge) speler (op een schaal van A-F) een C, met het advies om hem niet te 'draften'. Deze speler zou echter uitgroeien tot de beste 2de honkman van de afgelopen 15 jaar: Chase Utley. En nee, niet met de Brewers.
Na nog meer interessante tentoonstellingen (te veel om op te noemen) gingen we naar (een replica van) Doubleday field. Geclaimed wordt dat op die plek de eerste honkbalwedstrijd volgens de moderne regels is gespeeld. Nu was er ook een wedstrijd; niveautje birds junioren, dus niet veel aan. Als laatste gingen we naar de eigenlijke Hall of Fame. Ik vond het heel bijzonder: natuurlijk zijn het alleen plaquettes aan de muur, maar het is wel (om een vergelijking te maken) het Mekka van het honkbal. Na deze bijzondere ervaring reden we door naar Syracuse.
Het stadion van de Syracuse Chiefs is het grootste tot nu toe (op Major League na). Er waren 2 decks, en beiden liepen door tot ver in het buitenveld. Na een Country-versie van het volkslied begon de wedstrijd. In de eerste inning zat meteen een leuke actie: Met een check-swing sloeg de slagman (duh, wie anders) de bal richting de werper. Die pakte de bal op en slingerde hem (*whoopsie*) 10 meter langs het eerste honk. Daardoor kwam de slagman op het derde honk en zou later het eerste punt scoren. De Chiefs leken veel sterker dan de Gwinnett Braves, die 3 errors maakten en maar 4 honkslagen hadden, maar liepen niet echt verder uit. De wedstrijd werd langdradig; weinig honkslagen, laat staan punten, en veel drie slag. De Chiefs wonnen, mede door de sterk spelende korte stop Trea Turner, met 2-0.
Morgen hebben we een rustige dag: We gaan naar Rochester, ongeveer 2 uur hier vandaan. Daar zien we nog een AAA-wedstrijd: Red Wings-Ironpigs.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten